Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/230

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 210 )

zoo lekkertjens eeten en drinken, (zij zijn Onderzoekers, of, gelijk men nu zegt: de Commisſie tot onderzoek), voor 828 Guldens in de boete geſlagen; en het geen mij het meeste rouwt, is: dat hij nog Volks-vertegenwoordiger is. Hoor eens, Burger Medegod! hoe veelen, vooräl, die van het nieuwe Geuzegeloof zijn, hier over lagchen! Zij roepen: "Zie eens dat zijn Wettenmaakers! dat zijn Voorvechters van het Kattelijk Geloof en de Kattelijke Kerk! die zelf zoo ſmokkelen, en anderen lasten opleggen, die zij niet draagen willen."" – Æsculaap brulde geen hair minder, zeggende al ſnikkende: "Ja!... ja!... 2, zoo.. gaat het... mij ook. – Een dien men Doctor V.. te......... noemt (hij behoort dus onder mijn gild, ten minſten in naam, en daaröm ſpijt het mij) is nu Exrepraeſentant, die heeft ook geſmokkeld in het opbrengen. Nu zit men hem ook achter de vodden, hij zal, zoo ik hoor, ook boete moeten betaalen."

Terwijl deeze twee zoo ſtonden te huilebalken, verbeelde Ik mij een magtig gejoel te hooren. Ik keek om; zag een ſchraal mager Ventjen met eene Weversſpoel in de hand, en eene vuile verſleeten muts op zijn hoofd, al danzende komen aanſpringen; het nam zijne muts van zijnen kop, zettede die op zijne Spoel, draaide en zwaaide met dezelve en ſchreeuwde, dat het paars en bont wierd: "De Wevers boven! Hoezee! – wij zijn eerst menſchen! verſcheiden van mijne Confraters zijn Drosten gewor-

"den!