Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/233

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 213 )

zonder lagchen weg. Al het Volk ſtond met gaapende bakhuizen te kijken, en ik begon zoo geweldig hieröver in mijnen droom te lagchen, dat mijn Wijf, die vrij knorrig is, mij toeſnapte: Wat ſcheelt dien Gek weêr?! Waardoor ik ontwaakte.

Deeze droom ſtaat mij nog zoo levendig voor, dat ik het beſluit nam, om U denzelven toe te zenden, om U te doen zien, dat 'er in de Majorij nog wel aartige menſchen woonen, al was ik het alleen maar. Mijn droom is maar een droom, zoo moet Gij hem ook maar bekijken. – Dag Burger Reiziger!

 Uw toegenegen

 Droomer.

Uit mijn Slaapvertrek den 18 Maart
 1800.

Nog wat. Eene Koeken-bakkers Vrouw, welker Man Volks-vertegenwoordiger in 's Bosch was geworden, wilde na dien tijd nimmer eenen brief ontvangen, of op het opſchrift moest ſtaan: aan de Repraesentantin.... te V...... Gij ziet hier (en dit is geen droom) dat men in de Majorij al vrij hovaardig is, doch het is toch zoo: is de Man Repraeſentant, of zoo als Hansworst zeide Repetant, dan is de Vrouw Repraeſentantin of Repetantin. – De Vrouwen hebben

hier
O3