Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/234

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 214 )

hier ook mede wat te zeggen; zij zijn wat meer, dat denk ik, dan eene Nul in Sijfer, Hadie Reismannetjen!




[Toen reeds een groot gedeelte mijner tweede Reize was afgedrukt, ontving ik nog eenen brief, getekend: UE, Dienstw. Medeburger. Bataafsch, Braband den 24 Junij 1800. – De mij onbekende, doch geächte, Zender verzekert mij, dat al wat hij ſchrijft, zuivere waarheid is, maar dat hij, om redenen van niet bekend noch vervolgd te worden, zijnen naam niet durft openbaaren, en ook even hieröm veele hardigheden van de Roomſchen is voorbij gegaan. Hij vergunt mij, om mutatis mutandis zijn ſchrijven in dien vorm te gieten, dien ik verkiezen zal. – Ik zal den geëerden Zender zelf laaten ſpreeken, en hem op den voet volgen, te meer, wijl hij eenige Dorpjens aanhaalt, die ik niet bezocht heb, of om dat zij niet in mijnen weg lagen, of om dat ik 'er weinig of niets dacht te verneemen; ook zal ik hem zelf laaten ſpreeken, om dat zijn ſchrijven veele zaaken, die ik gemeld heb, bevestigen, alleen zal ik zijn ſchrijven, zoo veel mooglijk, bekorten. – Zie hier dan, wat hij mij gezonden heeft.]

Vucht

Hier bezitten de Roomſchen twee Kerken, –

Van