Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/241

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 221 )

heeft men den Kinkhoest, men loopt naar Kasteren, om uit een gewijd hoorentjen te drinken; is men baguis (een Kempenlandsch woord betekenende: de Engelſche Ziekte), men begeeft zich naar Riethoven of nog beter naar Meerveldhoven; hebben de Kinderen den Daauw-worm, men laat hen te Hoogloon beleezen; heerscht 'er de Roodeloop, men ſpoed zich terſtond naar Steenſel. – Men bezit hier eene beeldtenis van den H. Bernardus, werwaards jaarlijks Bedevaarten geſchieden. Eertijds was men hier geſlagene vijanden der Jooden, en nu van de Hervormden, die men altijd den eernaam geeft van: Geuze Natie, of: verdoemde Geuze Blikſems. – De Roomſchen, ſchoon zij hier twee Kerken, welker ééne nog nieuw is, bezitten, hebben echter den Hervormden genoodzaakt, om hunne Kerk af te ſtaan, en moeten zich nu in eene Kamer behelpen. – Te

Eersel

Kruipt men thands op helderen dag om den heiligen Lindeboom (vertijds deed men dit 's avonds); men gaat ook wel zachtjens rondöm denzelven, ſtaat nu en dan ſtil; in den bast ſteekt men ook wel Spelden, op dat de geenen, die de Koorts hebben, 'er door zouden geneezen worden; alles geſchied biddende en prevelende. – Of deeze Lindeboom een Lindeboom van St. Odora is weet ik niet. Een Geestlijke heeft mij van deeze ſoort van heilige Boomen de volgende Anekdote verhaald:

"Sinte