Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/245

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 225 )

Zóó doen wij in Braband altijd met de Lijken der Geuzen!

Zeelst

Is een Dorp, waar de Linnen-weeverijën bloeiën. – De Roomſchen hebben, ſchoon zij hier twee Kerken hadden, de Kerk der Hervormden met geweld ingenomen. Zij bezaten dus vier Kerken, naamlijk: hunne eigene Kerken, de Hervormde Kerk te Zeelst; en eene wonderdoende Kapel te Meerveldhoven. [Dit Dorpjen, meen ik, hoort eigenlijk, zeker ten minſten Kerklijk, onder Zeelst. De Kapel houd men voor de oudſte en Moeder-Kerk van Kempenland. Hier was in voorige tijden een wonderdoend Maria-beeld, het geen men noemde: Onze lieve Vrouw in den Eik. Zie J. van Oudenhoven, Nieuwe en vermeerderde Beſchrijvinge van de Meijerije van 's Hertogenbosſche. Bladz, 58.] Omdat de Roomſchen aan vier Kerken te veel hadden, hebben zij twee Kerken verkocht. [Men moet in de Majorij evenwel de Kerken hebben, al heeft men ze niet noodig, dan zijn de Geuzen ten minſten dezelve kwijt, en dit is genoeg!....]

Middelbeers.

Dit is geen onäartig Dorpjen, waar veel doortogt maar Breda en de zoogenoemde Langſtraat is. Hier heeft men den Hervormden Schoolmeester afgezet en eenen Roomſchen aangeſteld.

De
P