Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/249

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 229 )

ingang van dat Klooster niet gezien worden, die zich nu in die tekening zeer juist (zoo ik meen) vertoonen. Aan den Westkant ziet dit Klooster 'er geheel anders uit.' – – Ik denk, dat de Zender van die bedenking nu ten vollen overtuigd zal zijn, dat in het Titel-vignet geene fout door ons begaan is.





Eene mij onbekende Dame, zich tekenende: Onveränderlijk Dezelfde. Uit mijn Tuinvertrek den 13 Julij 1800. heeft mij met eenige letteren verëerd, welker inhoud ik mijnen Lezeren niet wil verbergen. De zeer geëerde Schrijfſter deelt mij veele zaaken mede, welke ook anderen mij toegezonden hebben, en ik reeds heb opgetekend; ik zal derhalven uit dien Brief alleen eenige zaaken aanroeren, dit zal de Schrijfſter mij niet kwalijk neemen, en het zal zeker mijnen Lezeren bevallen, te meer, omdat de mij onbekende Dame verzekert, dat zij alles ſtiptlijk heeft opgegeeven, zoo als zij het heeft gehoord. Zie hier dan, wat Zij mij heeft doen geworden!]

Bij het begraaven der Dooden worden, bijna algemeen in de Majorij, door de Roomſchen alle bijgeloovige plegtigheden, die maar eenigzints mooglijk zijn, in het openbaar tot ergernis der Proteſtanten uitgeöeffend. – Men loopt thands openlijk, zelfs meer dan men tot hier toe gedaan heeft; met Boeken, Paternosters enz. langs ſtraat.

Te Mierlo hebben de Hervormden een verdrag

met
P3