Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/34

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

(14)

ik onveränderlijk mij noemen zal uwen besten

 Vriend.

P.S. Wijl ik nog eenige ruimte overig heb, zoo wil ik U een klein gebed, het geen ik onder den zoogenoemden Huiszegen der Roomschen las en afgeschreeven heb, hier ter neder stellen, dan kunt Gij over den inhoud van het geheel, die niets beter, maar zelfs nog erger is, gemaklijk oordeelen: Zie! hier is het:

 "ô Heer Jesu Christe! door uw dierbaar bloed!
 "Uw passie, kruis, nagelen en bittre dood,
 "Lancie, geesselen, traanen en wonden rood
 "Die moeten mijne arme ziel troosten in haaren uitersten nood,
 "Als ik zal sterven de bittre dood. Amen."




VIERDE BRIEF.

 Lieve Vriend!

Oosterwijk verliet ik in den vroegen ochtendstond bij den opgang der Zon. – De nijvre Landman begaf zich aan zijn werk, waarschijnlijk nergens anders op denkende, dan op zijnen arbeid, welken hij op dien dag te verrichten had; want een Majorijsche Boer is een der ongevoe-

lig-