Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/58

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

(38)

en ik ging ook vroeg naar bed, om wel uit te rusten. Ik sliep gerust tot aan den morgen, en was geheel verfrischt; het opvolgen van het even gemeld vers had mij goed gedaan, ik mag hetzelve dus aan ieder een, in dergelijke omstandigheden, gerust aanbeveelen, en zal 'er onderschrijven: probatum est. – Eene goede wandeling en een maatig avondmaal zijn zeker de beste middelen, om gerust en wel te slaapen.

In de zes dagen, die ik hier zeer vergenoegd en aangenaam doorgebragt heb, heb ik dit Dorp al vrij naauwkeurig bekeeken. Laat ik U eens alles zeggen, wat ik hier gezien en gehoord heb.

Eerst het geziene. – Lommel is het uiterste Dorp der Majorij, aan de grenzen van Luikerland, liggende rondöm in zeer groote en wijduitgestrekte heiën, omtrent tien uuren van 's Bosch. – Dit Dorp is groot; in het midden liggen de huizen digt bij malkanderen, 'er zijn schoone gebouwen onder. Het heeft ook verscheidene buurtschappen of gehuchten, welke ver van de plaats afliggen, en als kleine Dorpjens kunnen aangemerkt worden. – In het Dorp ligt eene kleine oude Kapel. De Kerk ligt even buiten hetzelve, zij is groot en voorzien van eenen schoonen en zeer hoogen tooren, niet alleen ten opzigte van het steenwerk, maar ook van de spits; hij strekt dikwijls voor reizenden ten baake, om 'er hunnen weg, in de wilde woeste heiën, naar te rigten. Men vind hier ook eene schoone Kerk der Roomschgezinden. – In dit Dorp zijn veele Koopluiden, die verre reizen,

voor