Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/63

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

(43)

met groote kudden Zwijnen, welke zij in Luikerland, over den Rhijn en eders opkoopen, de Majorij doortrekken, om dezelve weder met winst te verkoopen. Het is waarlijk grappig, om eenen Varkensdrijver te zien! Verbeel U, mijn Vriend! een' Man, die in de eene hand eene Zweep heeft, waarmede hij geduurig klapt, onder den arm heeft hij een groot stuk roggen-brood, en in de andere hand houd hij een mes; nu en dan stijd hij een stuk van het brood, breekt het en werpt het onder de Varkens, onder een geduurig geroep van Zwinoo! Zwinoo!! (die van Budel hebben eene bijzondere uitspraak of tongval, zeer verschillend van andere Majorijënaars) eene menigte Zwijnen volgt hem al grommende en knorrende naar. Stel U eens dit voor, dan hebt Gij eene levendige afbeelding van eenen Budelschen Varkensdrijver.

Ik zou in dit Dorp mijn leven wel kunnen afslijten, indien 'er minder bitterheid plaats greep, doch het smert mij, dat ik U zeggen moet, dat ook hier de Roomschen, schoon zij zelf eene groote en zeer schoone Kerk bezaten, den Hervormden de Kerk ontnomen hebben. Ik vraagde, waaröm men dit toch gedaan had? en het antwoord was terstond gereed, want dus vraagde men mij daarentegen: "Moet men dan aan de Geuzen, die verd..... Ketters eene gewijde Kerk laaten houden?" – Ik had nu niets meer te zeggen, want waar vervolgzucht, godsdiensthaat en dweeperij plaats heeft, daar hielpt geen redeneeren. – Te Budel is de grootste

Her-