Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/64

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

(44)

Hervormde Gemeente van het platte land in de Majorij, dit is veröorzaakt, zegt men, door eenen Predikant, die 's avonds, nadat de Boeren van den Akker kwamen, en ook de andere Inwooners hun werk verricht hadden, op eene eenvouwige en bevatbaare wijze den Godsdienst verrichte en predikte. De nieuwsgierigheid dreef veele Inwooners naar de Kerk, en de eenvouwige waarheid overtuigde veelen van de dwaalingen in den Roomschen Godsdienst. Had men zoo overäl in de Majorij bij de Hervorming gehandeld, wie weet, hoe veele Protestanten men 'er tegenwoordig zou aantreffen, dan – deeze wensch komt nu te laat. De Hervormden moeten nu hier hunnen Godsdienst in eene kamer verrichten, dit gaat met veele ongemakken verzeld, want elken Zondag worden 'er menschen flaauw wegens de benaauwdheid, door de kleinheid van hunne Kerk (laat mij deeze Kamer zoo eens moemen) veröorzaakt. – ô Dwaaze – ontmenschte vervolgzucht!! – Kan het menschlievend Opperwezen hier in een welgevallen scheppen?!

Ik ging ook eens naar Maarheeze. Dit Dorp ligt niet ver van Budel, en de weg naar hetzelve is alleräangenaamst; hier is niets bijzonders te zien, doch ook hier heeft men de groote Kerk ingenomen, en wel met geweld; men kwam gewapend af op het huis van den Predikant, eischte met veel onstuimigheid den sleutel der Kerk, welke men ook, gedwongen zijnde, moest overgeeven. Met verächting en afgrijzen verliet ik

dit