Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/82

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 62 )

ken invloed hebben deeze zoogenoemde Geestlijke Herders op hunne Schaapen! Zoo veel magt weet deeze domme bijgeloovige dweep- en vervolgzieke Priester zich aan te maatigen –! Mag 'er dit zoo maar door?




ELFDE BRIEF

 Waarde S........!

Met een opgeruimd hart, met eene vrolijke ziel verliet ik Deurne in den vroegen morgenstond. De lange regte weg tusschen dat Dorp en dit Stadjen, viel mij, hoe eenzaam hij ook voor eenen wandelenden Reiziger is, thands geheel niet verdrietig; want ik herdacht nog eens alles, wat ik, in het voorleeden jaar en ook op deeze Reize, in de Majorij, gezien, gehoord en ontmoet had; ik stelde mij de zalige oogenblikken van ons wederzien voor oogen, en beloofde mij veel genoegen, als ik, na het volbrengen van mijne Majorijsche wandeling, weêr met U over alles mondeling zal praaten; deeze en dergelijke overdenkingen maakten mij den weg zeer kort, en ik was te Helmond, eer ik het zelf wist, – Ik ben reeds eenige dagen hier, en denk hier nog etlijke dagjens door te brengen, eer ik mijne schreden verder naar eene andere plaats wende. Terwijl ik hier geweest ben, heb ik in dien tijd zaaken,

sedert