Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/84

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 64 )

vleeschlijke zaaken, en zijn dus ook menschen en wel deeglijk ligchaamlijk, gelijk uit het volgend geval blijkt. – Lees het met aandacht! – !! – !!!

Ik schreef U in het voorleeden jaar, dat de Præceptoren der Latijnsche Schoolen alhier alle Roomsche Geestlijken waren, onder dezelve was een Kapucijn uit het Klooster van Velp bij Grave; deeze Klooster-Geestlijke (zou men niet beter Uit- of Buiten-waereldschen Geestlijke zeggen, want die in een Klooster is, die is Nota bene uit of buiten de waereld) wierd hier bij de Roomschen zeer hoog geächt en bewonderd wegens zijn schoon prediken (mediteeren zegt men hier), want hij las hier ook de Misse en predikte dikwijls. – Deeze Kapucijn had, zegt men, de gaaf der onthouding niet, bezoedelde zijnse eens bezwoorene belofte van eeuwige kuisheid, en bezwangerde een meisjen. Deeze daad verricht zijnde, zoo gaf hij aan hetzelve afdrijvende middelen, dit geschiede eens en tweemaal, doch het meisjen bragt dezelve bij den Priester, welke hetzelve volstrekt verbood, om die middelen te gebruiken; intusschen maakte het meisjen den Kapucijn wijs, dat het dezelve genomen had, doch dat zij niets hadden uitgewerkt. Eindelijk gaf hij hetzelve een poeder, met bevel, om toch dat middel zeker te gebruiken, dat zou hetzelve van alles bevrijden; het meisjen belooft hem dit gewis in te neemen, doch gaat weêr naar den Priester, verhaalt hem alles, en geeft hem het poeder over: deeze, zoo word verhaald, laat

dat