Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/9

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


VOORREDE.

Hier hebt Gij, Lezers! eene tweede Reize door de Majorij van 's Bosch! – Heeft de voorige veelen uwer bevallen, deeze zal dan niet minder behaagen, dewijl zij zeker niet minder, zo al niet meer belangrijke zaaken dan de voorgaande zal opleveren. Maar eer ik verder schrijf, wil ik alles, wat men omtrent die Reize in 1798. aangemerkt heeft, en mijnen Lezeren zeker onbekend zal weezen, hier eerst laaten vooraf gaan, op dat een ieder kan zien, hoe men over dezelve oordeelt.

De Uitgeever heeft, nadat deeze tweede Reize reeds ter Drukpersse bezorgd was, verscheidene Brieven, zoo naamlooze als getekende, ontvangen. En zie hier, wat men mij in dezelve schrijft:

Veelen der Zenders dier Brieven verbeelden zich den Reiziger zeer wel te kennen, en schrijven hunne Brieven in dien trant, als of niets zekerer ware, dan dat zij denzelven wel met den vinger zouden kunnen aanwijzen. Doch ik kan hen verzekeren, dat hun schrijven giswerk is, en dat, zo het spreekwoord: gissen kan missen immer waarheid is, het dan zeker hier bewaarheid word; want zo zij den Reiziger door de Majorij kennen, gelijk zij zich zeer zeker voorstellen, dan kan ik volstrekt hunne Brieven niet plooien. – Eilieve! wat doet het 'er toch toe, of Gij weet, wie de Reiziger door de Majorij (deeze Reize is even als de voorige in de daad ondernomen) is? Gij zoudt immers, zo Gij den Reiziger al eens kende, hem niet gelooven, indien hij U leugens opdischte; daarentegen zult Gij toch ook zoo onbillijk niet weezen, om hem van onwaarheden te beschuldigen, omdat hij zijnen naam, om gewigtige redenen, verborgen houd. Ik kan hun verzekeren, dat zij den Reiziger niet kennen; zijn zij echter met deeze verzekering niet ten vrede, en willen zij echter zich hier mede streelen, dat zij wel zeker weeten, wie deeze Reize ondernomen heeft, ik wil hun dit genoegen niet ontneemen, en vergun hun de volle vrijheid, om den geenen, dien zij als den zoodanigen meenen te kennen, voor den Schrijver te houden.

An-
*3