Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/92

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 72 )

 Hanewinckel, Tweede reize,Gedicht regel.jpg
 De nijv're Landman, vrolijk zingend,
 Drijft reeds het kouter door den grond —
 Der vog'len-zang galmt door de Wouden
 In deezen schoonen Ochtendstond.
 Hanewinckel, Tweede reize,Gedicht regel.jpg
 Hoe heerlijk — Schepper zijn uw Werken!!
 Gij zij het leven der Natuur —
 Gij geeft der starren licht en schoonheid,
 En aan de Zon een koest'rend vuur.
 Hanewinckel, Tweede reize,Gedicht regel.jpg
 Gij schiept de Maan, om 's nachts te lichten —
 Den wind verbind Ge aan uwen wenk —
 Gij zend ook 's nachts den daauw op aarde,
 Opdat hij kruid en bloemen drenk'.
 Hanewinckel, Tweede reize,Gedicht regel.jpg
 Gij hebt der Bergen stof gewoogen,
 En ’t Goud verborgen in het zand —
 Het firmament, gehuld in wolken,
 Houdt Gij door Uwe magt in stand. —
 Hanewinckel, Tweede reize,Gedicht regel.jpg
 De visschen in de Zee en stroomen
 Zijn, door uw' handen, voordgebragt —
 De dieren, vog'len, al 't geschap'ne

 Zijn blijken uwer groote magt.

De