Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/95

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 75 )


DERTIENDE BRIEF.

 Zeer waarde Vriend!

Ik zeide Helmond in den vroegen morgenſtond vaarwel. – Het was mij bijna geheel onverſchillig, werwaards ik mijne treden wenden zoude, doch ik ging maar regt toe en kwam bij de Rikstelſche Kerk. Hier wende ik een weinig ter regte hand af, om het Kasteel van Rikſtel te bekijken. Hetzelve draagt den naam van het Guldenhuis. Dit Kasteel ligt aan de Aa in eene zeer vruchtbaare ſtreek. Aan dit huis zijn eenige voorrechten verknocht, bij voorbeeld: Sommige Landerijen en Huizen zijn aan hetzelve leenroerig en cijnsbaar. Hetzelve heeft een Leenhof, beſtaande uit eenen Stadhouder, Secretaris en zijne eigene Schepenen, en wanneer 'er een Leen moet verheft worden, word op dit Huis de Leenbank geſpannen. Bij hetzelve ligt en hoort ook een Olie-moolen, die in den Winter door de Aa en in den Zomer door Paarden gedreeven word; 's Winters ſtaan hier alle Weilanden rondöm dit Kasteel onder water, waardoor dezelve zeer vruchtbaar worden en het best Hooi van de geheele Majorij opleveren. – Het Guldenhuis ligt gansch niet onvermaaklijk. – Dit Huis bekeeken hebbende, ging ik naar Aarle.