Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/96

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 76 )

Hier hield ik mijn morgen-maal, en vernam onder mijn ontbijt het volgende:

Aarle heeft ſedert zeer lange tijden de vrijë Jagt en Visſcherij bezeten; dit is een voorrecht, het geen de oude Hertogen van Braband aan de Inwooners deezer plaats, wegens beweezene dienſten, zouden vergund hebben; een voorrecht, het geen alle andere Dorpen in de Majorij misſen. 'Er word hier in het Voorjaar eene Markt gehouden, welke zeer beroemd is, vooräl in Paarden; 'er worden ſomtijds op deeze Markt meer dan voor twintig duizend Guldens Paarden verkocht, behalven nog de Koebeesten en andere Koopwaaren. Van alle kanten, zelfs uit Gelderland, Holland en Luikerland vloeiën de Koopluiden herwaards ſamen. — Aarle zou in het Oorlog van 1702 voor het grootst gedeelte afgebrand zijn.

De Roomsch Priester te Aarle word als een braaf en verdraagzaam Man gepreezen. 'Er is thands een Kapuçijn tot Schoolmeester aangeſteld; eerst leest hij 's morgens de Misſe, en vervolgends houd hij School. Zo ik mij niet bedrieg, was deeze Kapuçijn voor eenige jaaren Molenaarsknecht op even deeze zelfde plaats. De Hervormden zijn hier, ſchoon zij tegenwoordig geenen Leeräar hebben, nog in het bezit hunner Kerk, hoe zeer de Roomschen hier ook gewoeld moogen hebben.

Zoodra ik ontbeeten had, wandelde ik eens naar de Kerk, om dezelve, wijl zij een fraai gebouw is, nog eens, alhoewel ik ze in het voorgaande jaar gezien had, te bekijken. Digt

bij