van den tegenwoordigen onderkoning is die geest gebreideld geworden.
Ik zal eindigen met een paar woorden van het oude Kairo te zeggen, dat geheel afgescheiden is van het nieuwe en dreigt weg te kwijnen, evenals voor eenige duizenden jarenn Memphis en Thebe.
Daar bestaat, nog goed onderhouden, de Citadel, voor ongeveer 800 jaren gebouwd, met een, ik weet niet hoeveel honderd voet diepen put, die een groot gedeelte der stad van goed drinkwater voorziet. De citadel prijkt ook met een paar fraaie Moskeen; vooral die van Mehemet Ali, den grootvader van den regeerenden Pacha en stichter der Egyptische onafhankelijkheid; zijn graf is eenvoudig, maar zijn Moskee, de St Pieter der Moskëen, is van binnen geheel met albast en fijn marmer versierd, en grootendeels ópgetrokken uit die bouwstoffen. Men geniet er een grootsch panorama van Kaïro en de landstreek. Mehemet-Ali slaapt er naast de plaats, waar hij de Mamelukken, die onderdrukkers en bloedzuigers van Egypte, heeft laten mitrailleeren. Als men het Oosten kent, dan begrijpt men, dat die slachting noodzakelijk was, en bewondert men de sluwheid en geheimzinnigheid, waarmede zij is uitgevoerd. Dat is een bewijs, hoe populair die uitroeiing en opruiming waren.
Een zeer bezienswaardig punt is het Koptische kwartier, waar de oudste Christenen der wereld wonen, hunne kerk en een klooster hebben. Het is eene middeleeuwsche buurt, des nachts afgesloten door met ijzer versterkte poorten, hoewel die voorzorg thans niet meer noodig is. Het is een geheel geïsoleerde wijk, die veel heeft van een versterkt middeneeuwsch stadje. Er zijn slechts nauwe kromme gangen; de inwoners dragen nog het oude Koptisch kostuum. De Kopten bebooren tot de oudste inwoners van Egypte; hun vroeger algemeen gebruikte taal is thans bijna geheel verloren geraakt. Hunne kerk is zeer merkwaardig door overoude gesneden beelden en fresken; zij heeft veel van een spelonk, en een krypt, vrij laag gelegen, bevat de grot, waar Maria zich met haar Goddelijk kind heeft verborgen en opgehouden. Gaarne zoude ik nog spreken over het merkwaardige van Kaïro, zijn museums, moskeeën en prachtige paleizen, het tooverachtige Nijl-eiland Rhodah, waar Mozes gered werd, de tuinen van Schoebrak, Gerzireh enz. enz., maar het papier is vol. Wellicht ontsluiert zich een ander maal de Sphinx en schrijf ik eens uil Memphis of Thebe.
13 Augustus 1872.
(Door plaatsgebrek is de plaatsing van dezen brief eenigen tijd uitgesteld.)
STATEN-GENERAAL.
Per TELEGRAAF.
Vereenigde zitting der beide Kamers
op MAANDAG 16 September 1872,
ter opening van de gewone vergadering der Staten-Generaal.
Mr. E. J. A. graaf van Bylandt, die den voorzittersloel bekleedt, opent, nadat de leden der beide Kamers zich in de zaal, bestemd voor de vergaderingen van de Tweede Kamer, vereenigd hebben, tegen half een ure de vergadering, en laat het koninklijk besluit, houdende zijne benoeming tot voorzitter der 1e Kamer gedurende het aanstaande zittingjaar der Staten-Generaal, door den griffier dier Kamer voorlezen.
De voorzitter, aan wien dien ten gevolge, overeenkomstig het voorschrift van art. 103 der grondwet, het bestuur der vergadering is opgedragen, benoemt eene kommissie van achttien leden, die Zijne Majesteit den Koning, bij Hoogstdeszelfs aankomst in het gebouw der Staten-Generaal, ontvangen en in- en uitgeleide doen zal.
De ministers, hoofden van ministeriëele departementen, de kanselier der orden en de leden van den raad van state vervoegen zich ten een ure in de vergaderzaal.
Z. M. de Koning heeft zich, vergezeld van Z. K. H. prins Hendrik, op de in het programma voor de opening van de vergadering omschreven wijze naar het gebouw der Staten-Generaal begeven, en is, aldaar aangekomen, in de vergaderzaal binnengeleid door de kommissie, daartoe door den voorzitter benoemd.
Z. M. plaatst zich op den troon en houdt de navolgende openingsrede:
»Mijne Heeren!
»In uw midden gekomen, om uwe gewone vergadering te openen, waardeer ik dankbaar het voorrecht u op het vele goede te mogen wijzen, dat ons vaderland ten deel valt.
»Vriendschappelijke verstandhouding kenmerkt onze betrekkingen met alle mogendheden.
»Wij verheugen ons in een gezegenden oogst.
»De veestapel bleef van groote rampen bevrijd. De maatregelen tot bestrijding der besmettelijke veeziekte genomen, schijnen doel te treffen.
»De zeevisscherij bloeit,
»Vrije ontwikkeling van handel en nijverheid te bevorderen, blijft mijn streven.
»’s Lands geldmiddelen bevinden zich in niet ongunstigen toestand. De opbrengst der belastingen nam ook weder in den loop van dit jaar aanmerkelijk toe. Uit de aan Uwe overweging eerlang te onderwerpen Staatsbegrooting voor het volgende jaar, zal U blijken, dat de geraamde uitgaven, behalve die voor den verderen aanleg der staatsspoorwegen, zonder buitengewone middelen kunnen worden bestreden.
»De zee- en landmacht kwijten zich bij voortduring op loffelijke wijze van hare verplichtingen. In de overzeesche bezittingen hebben zij ons gezag met eere gehandhaafd.
»Zal echter het leger in staat wezen in tijden van gevaar zijne moeielijke taak waardig te vervullen, dan is het noodig, dat zijne samenstelling en gehalte worden verbeterd. Voor dat doel zal in de eerste plaats uwe medewerking tot wijziging der wet op de nationale militie worden ingeroepen.
»In afwachting dat het stelsel van ’s lands verdediging door vestingwerken, uwe goedkeuring verwerve, kan de uitvoering van die werken, omtrent welker noodzakelijkheid geen verschil van gevoelen bestaat, met kracht worden voortgezet.
»Daartoe worden bij de begrooting middelen aangevraagd.
»De verandering der rechterlijke inrichting blijft aan Uwe overweging aanbevolen. Mag het gelukken, dit gewichtig onderwerp tot beslissing te brengen, dan zal de hinderpaal, die zoolang elke omvangrijke hervorming van ons rechtswezen heeft in den weg gestaan, zijn opgeruimd.
»Intusschen zullen enkele voordrachten, bestemd om op bepaalde punten verbeteringen in onze wetboeken aan te brengen, U worden aangeboden.
»Tot uitbreiding van het kiesrecht daar, waar het binnen te enge grenzen is beperkt, kan eerstdaags eene wetsvoordracht worden te gemoet gezien.
»Een nieuw ontwerp tot regeling van het hooger onderwijs wordt voorbereid.
»In weerwil van plaatselijke rampen, veroorzaakt door aardbevingen en overstroomingen, was de algemeene toestand in Oost-Indië bevredigend.
»In meer dan één opzicht waren de uitkomsten van landbouw, handel en nijverheid, zoowel voor de inlanders als voor de Europeesche ondernemers gunstig.
»Ter verdere ontwikkeling van die bronnen van welvaart, is verbetering der middelen van gemeenschap een dringende behoefte.
»Voorstellen, zullen U worden gedaan om ondernemingen, welke in die behoefte voorzien kunnen, van staatswege te steunen.
»Aan de West-Indische bezittingen zal onze belangstellende zorg worden betoond, door krachtige hulp bij hare pogingen om aan de moeielijke omstandigheden, die zij te gemoet gaan, het hoofd te bieden.
»Vele en gewichtig zijn de belangen, die van de wetgevende macht voorziening of nieuwe regeling wachten.
»Mocht het gemeen overieg tusschen regeering en vertegenwoordiging tot eene afdoening leiden, die, onder Hooger zegen, het welzijn des Vaderlands bevorderlijk zijn.
»Ik verklaar de gewone vergadering der Staten-Generaal voor geopend.”
Z. M. de Koning en Z. K. H. prins Hendrik verlaten, na het uitspreken dezer troonrede, begeleid door de kommissie, de vergaderzaal, om zich op de bepaalde wijze naar het koninklijk paleis terug te begeven.
De Voorzitter sluit, nadat de leden der kommissie van in- en uitgeleide in de vergaderzaal is teruggekeerd, de vereenigde zitting.
Tweede kamer.
§— Aan de stukken betrekkelijk de Indische begrooting voor 1873 ontleenen we, zooals we gister zeiden, thans een meer uitvoerig overzicht:
Uitgaven: I. In Nederland ƒ 27.434.424, toegestaan voor 1872 ƒ 29.561.978, thans minder ƒ 2.127.554. Voor zoogenaamde koloniale bijdragen is uitgetrokken ƒ 10 324.775.
II. In Nederlandsch-Indië ƒ 87.857.561. Toegestaan voor 1872 ƒ 90.196 360; minder voor 1872 ƒ 2.338.799.
Middelen: I. In Nederland ƒ 41.709 489, waaronder: koffie, 650.000 pikols ad ƒ 0,43 per ½ kilogr.; suiker, 70.000 pikols ad ƒ 35 per 100 kilogr.; banke-a-tin 70.000 pikols ad ƒ 80 per 50 kilogr.; van de zuivere baten der spoorwegexploitatie ƒ 200.000. In 1870 brachten de middelen in Nederl. totaal op ƒ 58.158.838.43; in 1871, volgens den stand der rekening op 1 Juli jl., ƒ 53.537.970,02½.
II. In Nederl. Indie. Java en Madura, ƒ 61.792.340, buitenbezittingen ƒ 11.790,156, totaal ƒ 73.582,496. In vergelijking met 1872 bedraagt de raming thans meer ƒ 3.781,226.
Uit de Memorie van Toelichting blijkt in hoofdzaak het volgende:
Bij zijn optreden vond de min. van koloniën de begrooting der uitgaven nagenoeg gereed. Hij heeft in die ontwerpen slechts enkele wijzigingen gebracht, zich bepalende tot posten, waarmede hij zich niet kon vereenige of welke naar aanleiding van de later ontvangen Indische bescheiden eenige verandering moesten ondergaan.
De rekening over 1867, met het daarbij behoorend verslag, is thans bij het Depart. van Kolonien ingekomen. Die voor 1866 is opgenomen in het eerlang in te dienen koloniaal jaarverslag.
De resultaten van den dienst 1867 tot en met 1871 wijzen een voordeelig saldo aan van ƒ 29,732 520,88, voor 1867, van ƒ 6,575,959 64, voor 1868, van ƒ 4,149,529,42½ voor 1869, van ƒ 6,862,,589,94 voor 1870 en van ƒ 8,292,097 voor 1871.
Van den dienst 1867 bleef, wanneer de voorloopige uitkomst wordt bevestigd, nog ruim ƒ 10,857,000 over, waarvoor reeds 10 millioen bestemd werd tot amortisatie van schuld.
Uit de cijfers over 1868 en 1869 blijkt, dat de mindere uitkeeringen aan ’s Rijks schatkist over die jaren, dan hetgeen voor de bijdragen op het I. artikel der begrooting voor Ned. Indie was uitgetrokken, ruimschoots uit het batig slot over die jaren kunnen worden gedekt.
Uit aanmerking daarvan wordt aan de Kamer gelijktijdig ingediend een wetsontwerp, waarbij uit de vermoedelijke overschotten der beide diensten een bedrag van ƒ 5,497,240.61 wordt toegewezen aan de middelen en inkomsten van Ned. Indië voor het loopende jaar. Daarbij wordt tevens het I. hoofdstuk der begrooting van uitgaven met gelijk bedrag verhoogd, ten einde de gelegenheid te openen om ten taste van den dienst van 1872 aan ’s Rijks schatkist uit te keeren hetgeen over 1868 en 1869 te weinig voor bijdragen van Ned. Indië. is ontvangen, en welke uitkeering wegens de afsluiting der beide diensten daarop niet meer kan plaats hebben.
Wat de begrooting voor 1873 betreft, het is te voorzien, dat hare cijfers later nog behooren te worden gewijzigd, ten gevolge van nog uit Indië te verwachten verlies.
Voor 1872 bedraagt het overschot ƒ 10.381.391.
De post voor bezoldiging van rechtskundige voorzitters der landraden, ten vorigen jare met ƒ 80.000 verhoogd, heeft thans een nieuwe verhooging van ƒ 120.000 ondergaan, ten einde met de aanstelling te kunnen voortgaan en tevens om rechterlijke ambtenaren tot griffiers bij de landraden te kunnen aanstellen, om hen praktisch voor het voorzitterschap te vormen. Inmiddels worden tegelijkertijd voorbereid de noodige voorstellen aan den koning, tot wijziging der tot het rechtswezen betrekkelijke verordeningen. De straks bedoelde verhooging omvat ook de bezoldigingen van een of twee rechtsgeleerde voorzitters van landraden in Sumatra’s Westkust, naar aanleiding van een kon. besluit van 29 April jl., waarbij tot vaststelling van een reorganisatie van het rechtswezen in genoemd gewest machtiging wordt gegeven.
Wegens den onvoldoenden toestand der openbare veiligheid in de residentie Soerakarta is door het Indisch bestuur machtiging verzocht tot aanstelling te Sragen, Klatten, Bojolati en Karang-Pandan, van adsistent-residenten, toegevoegd aan den resident van Soerakarta. Deze maatregel kost ƒ 46.080 ’s jaars.
Met betrekking tot de afdeeling suiker verwijst de min. naar de aan de Kamer voorgelegde stukken betrekkelijk de nieuwe suikerregeling.
Behalve de kontraktanten voor de ondernemingen Soerawinangon, in Cheribon en Ardiosarie, in Pasoeroean, zijn allen tot de nieuwe regeling toegetreden. Er wordt dus een post geraamd voor de betalingen aan de plantende bevolking op den voet der nieuwe regeling, en een post van plantloon en betaling aan de fabriekanten voor de twee niet toegetreden suikerondernemingen. De juiste som, die in 1873 aan de bevolking zal worden uitbetaald, is niet op te geven, zoolang het bedrag van het arbeidsloon niet kan worden afgescheiden van dat der schadeloosstelling.
De betaling voor de suiker, te leveren door twee niet toegetreden ondernemingen, is geraamd op ƒ 9 per pikol, zijnde bij een levering van 25,800 pikols een som van ƒ 232.200. Daarbij is een som van ƒ 131.600 aan plantloon gevoegd. Te zamen bedraagt deze post dan ƒ 363.800.
Het loon der dessa-hoofden en het bedrag der kultuur-procenten is geraamd naar de laatst bekende uitkomsten. Het is gebleken, dat de kultuur-procenten in vorige begrootingen ongeveer de helft lager werden geraamd dan werkelijk werd uitbetaald.
De kosten voor vier nieuwe kweekscholen voor inlandsche onderwijzers (te Amboina) zijn uitgetrokken.
Ook thans kunnen nog geen gedetailleerde aanwijzingen worden gedaan van de burgerlijke en openbare werken waarvoor gelden worden aangevraagd. Aan de aanschrijving van 25 Mei 1871 is de Indische regeering echter vast besloten het gewenschte gevolg te verzekeren, zoodat de min. de Kamer verzoekt nog wat geduld te willen oefenen.
De Indische regeering is uitgenoodigd om de in het laatst van het vorige jaar uit Indie ontvangen voorstellen tot reorganisatie van het personeel van den waterstaat en de openbare werken in verdere overweging te nemen, in verband tot de wenschelijkheid om tot meerdere decentralisatie te geraken. Inmiddels wordt de Indische regeering in staat gesteld, zoo noodig het personeel van den waterstaat en de openbare werken uit te breiden. — Een volledig uitgewerkt en toegelicht voorstel tot regeling van het irrigatiewezen op Java en Madura wordt nog ingewacht.
Alleen voor spoorwegondernemingen op Sumatra, niet op Java, worden gelden op de begrooting uitgetrokken. Het aanhangige wetsontwerp is ingetrokken. De aanleg van spoorwegen op Java wordt geheel aan den partikulieren ondernemings geest overgelaten. Op Sumatra echter wil de regeering een spoorweg, die de Oost- en Westkust verbindt en de vruchtbare Padangsche bovenlanden doorsnijdt. De noodige onderzoekingen moeten van goevernementswege plaats hebben. Daar echter voor de spoorwegondernemingen in Indie geen personeel beschikbaar is, worden de middelen aangevraagd om dit personeel beschikbaar te stellen.
Voor den verkoop van koffie is de gemiddelde uitkomst van 1867—1871 (838.000 pikols) wegens den bijzonder ongunstigen oogst van 1871 moeten teruggebracht worden tot 650.600 pikols. De prijsopgave berust op de mededeeling van de Ned. Handelmaatschappij.
De assurantie is vervallen, omdat de waarde die voor goevernements rekening met elken bodem wordt aangevoerd, hoogstens ƒ 200 of ƒ 300 m. zal zijn terwijl sedert 1o. Jan. 1870, op elke retoerlading een bedrag van ƒ 400 m. voor goevernementsrekening onverzekerd wordt gehouden.
Het cijfer voor de suiker is het gemiddeld cijfer der in 1868—72 verkochte restanten uit de oogsten van 1866—70. De Ned. Handelmaats. acht ’t onraadzaam de opbrengst hooger dan op ƒ 35 per 100 kilogr. te schatten.
Ten aanzien van de raming der middelen in Indië wordt opgemaakt, dat de cijfers over het algemeen gegrond zijn op de gemiddelde uitkomst der laatste 3 of 4 jaren.
Alhoewel de verpachting van den verkoop van opium in het klein voor 1872 geen gunstig resultaat heeft opgeleverd, komt het ongeraden voor, een anderen maatstaf voor de raming te nemen dan die van 1872, met ’t oog op de omstandigheid, dat maatregelen worden voorbereid om de tot dusver ten aanzien van de amfioenpacht gemaakte bepalingen te herzien.
Met 1 Jan. 1873 zal op de Preangerregentschappen worden toegepast de landrente, volgens de nieuwe regeling, dus met vijf jaarlijkschen aanslag, gebaseerd op de gemiddelde opbrengst in de 3 of 5 laatste jaren, behoudens de wijzigingen, door plaatselijke toestanden gevorderd (waarmede meer bijzonder op individuëelen aanslag gedoeld wordt).
Het middel der landrente, alsmede vroeger onder vier hoofden uitgetrokken middelen omvattende, is geraamd op 15 millioen. De belasting op de rijstkultuur bleek onder den nieuwen toestand in de Preanger onhoudbaar, inzonderheid uit een oogpunt van kontrole.
Naar aanleiding van de bepaalde prijzen wordt voor 1873 op een middenprijs van ƒ 37 voor de Java- en van ƒ 39 en ƒ 25 voor de Sumatra-koffie 1. en 2. soort gerekend.
Na aftrek der uitgaven blijft voor den landen uit de suikerkultuur een bate over van ongeveer ƒ 3.923.000. Bij deze berekening is echter niet in aanmerking gebracht de derving van landrenten, zijnde ongeveer ƒ 443.800 en de bezuiniging op pakhuishuur, op de uitgaven voor toezicht en beheer over ’s lands pakhuizen en op de laadbooten en andere pakhuisbehoeften.
BUITENLAND.
Italie.
De Riforma spoort de Italiaansche regeering aan, zich niet door het staken der mijnwerken aan den Mont-Cénis-tunnel gerust te laten stellen, daar de Fransche genie op de geheele linie van de Var tot aan den Mont-Cénis in alle Alpenpassen of- en defensieve werken aanlegt. Daartoe heeft Frankrijk het recht, maar Italië moet hetzelfde doen. De Riforma verlangt geen volledig vestingstelsel, daar dit te veel tijd en geld zou kosten, maar kleine sterkten, die een vijandelijk leger ten minste voor eenigen tijd kunnen tegenhouden en eene overrompeling onmogelijk maken.
Rusland.
Omtrent den tegenwoordigen stand der onderhandelingen tusschen Rusland en de Roomsche kurie zegt een korresp. der Schles. Ztg. uit goede bronnen ’t volgende te kunnen mededeelen: Het kabinet van Petersburg eischt bepaald de invoering der Russische taal bij de katholieke godsdienstoefeningen in Lithauwen in de Zuid-West. goevernementen en heeft als hoofdvoorwaarde voor de wederaanknooping van wederzijdsche vriendschapsbetrekkingen gesteld, maar te gelijker tijd aangeboden van zijnen kant het katholieke kollege te Petersburg, waartegen de kurie zeer ingenomen is, zoo te veranderen, dat zijne werkzaamheid alleen tot administratieve en financieele aangelegenheden zal beperkt worden. Daar deze voorwaarden in het kollege van kardinalen en voornamelijk ook in de Jezuietische kringen talrijke en invloedrijke verdedigers heeft gevonden en het vooruitzicht bestaat, dat de kurie ze zal aannemen, heeft het Russische Kabinet op nieuw kardinaal Antonelli de door de geestelijke autoriteiten in Malew en Wilna goedgekeurde Russische overzettingen van het Latijnsche rituaal en verscheiden bij het volk in gebruik zijnde gebedenboeken toegezonden, om daarop zijn goedkeuring te ontvangen. Te gelijkertijd werd hem ook een schrijven van de bisschoppen te Mihalew en Wilna overgegeven, waarin de eischen der Russische regeering dringend ondersteund werden. De kardinaal heeft dit schrijven aangenomen met de verklaring, dat hij berichten omtrent den toestand der zaak zou inwinnen. Deze berichten zijn dan ook reeds in Rome, en wel uit de bekende Posener bron aangekomen, en luiden zeer ongunstig voor de Russische regeering. Over het algemeen wordt van Poolsche zijde alles aangewend om de pauselijke kurie tegen de eischen der Russische regeering te stemmen. Evenwel is in deze aangelegenheid door de kurie nog geen beslissing genomen en is het ook nog niet te voorzien, hoe die beslissing zal uitvallen. Zooveel is echter reeds zeker, dat de Russische regeering, zonder zich aan Rome te storen, hare plannen zal doorvoeren, en alle heerschzuchtige pogingen der hierarchie zal tegengaan.
Duitschland.
Naar aanleiding van de verschillende kommentaren van den door keizer Alexander van Rusland uitgebrachte toast, aan het gala-dinee van den 7. dezer in het koninklijk slot, wordt der Spen. Ztg. door een oorgetuige verzekerd, dat die toast niet is uitgebracht op »het dappere Pruisische leger”, maar dat keizer Alexander, zich tot den Duitschen keizer wendende, deze woorden gebezigd heeft: »Op het welzijn van uw dapper leger.”.
Niet weinig opzien verwekt de onverwachte aftreding van den staatssekretaris v. Thile, naar men zegt, om redenen van gezondheid. Het zal nog al moeite kosten een plaatsvervanger voor hem te vinden, v. Thile, een schoonbroeder van den overleden oogheelkundige v. Gräfe, was van 1850—53 gezant te Kassel en later te Athene en Rome. Onder het ministerie Manteuffel werd hij op wachtgeld gesteld; in 1863 werd hij door Bismarck weder in aktieven dienst geroepen.
In Baden — zoo meldt ten minste de neue Badische Landesztg. — loopt het gerucht, dat de groothertog tot koning bevorderd zal worden. Dan zoude, zoo meent men, Elzas-Lotharingen met Baden vereenigd worden.
Te Neurenberg is de filosoof Ludwig Andreas Feuerbach overleden. Hij was in 1804 te Landshut geboren, studeerde in Heidelberg, daarna te Berlijn in de theologie, waar hij Hegels ijverigste en getrouwste leerling werd. Met zijn werk »Gedachten over dood en onsterfelijkheid” sloeg hij een eigen richting in, die door zijn volgende geschriften nog sterker uitkwam. Vooral die over het wezen des christendoms, het geloof volgens de opvatting van Luther en de verhouding van filosofie en Christendom haalden hem alle strijdbare theologen op den hals. Dezen beschuldigden hem van atheismus, de filosofen noemden hem een ketter, die de leer van de reine Vernunft dorst loochenen. Dat zulk een man het »niet ver kon brengen” spreekt van zelf. Hij stierf in armoede.
Engeland.
De graanoogst zal weinig, de aardappelenoogst bijna niets opleveren. De Daily News schat de schade van eene zoodanige mislukking van den oogst op meer dan 15 millioen pd. sterling. Erger nog is het, dat eene groote duurte van levensmiddelen met een vermindering der in de laatste maanden overspannen nationale fabrieknijverheid gepaard zal gaan. Het genoemde blad betoogt, dat de bodem van Engeland niet oplevert, hetgeen daarvan voor de voeding des volks verwacht zou kunnen worden. De Engelsche landbouwer kan niet konkureeren met het buitenland. De huurprijzen, de wijze van bebouwing, het jachtrecht, de voorwaarden van verpachting en alle bij landhuur en landbouw in zwang zijnde gebruiken binden hem de handen. Het Parlement moet zich dit aantrekken en ook aan den landbouwer de vrijheid schenken die hij noodig heeft om zijn bedrijf met goeden uitslag te kunnen uitoefenen. De Daily News acht in de eerste plaats afschaffing van het jachtrecht noodzakelijk. Verder moet schadeloosstelling aan den huurder gewaarborgd zijn bij het eindigen der pacht voor die verbeteringen, door hem aan de gebouwen of aan het land aangebracht, welke als eene vermeerdering der waarde van het gehuurde moeten aangemerkt worden.
Jl. Vrijdag heeft te Preston de tweede verkiezing voor het parlement met gesloten stembiljetten plaats gehad. De konservatieve kandidaat, de heer Holker, werd met 4 542 stemmen tegen 3,824 gekozen. De opkomst der stemgerechtigden was veel minder dan bij de vorige verkiezing, in 1868. Misschien is dit daaraan te wijten, dat op ’t oogenblik geen belangrijke politieke kwestien, zooals in 1868, hangende zijn.
De Saturday Review wijst er op, dat geen der drie Duitsche koningen bij de samenkomst der keizers aanwezig was, terwijl zij indertijd bereidwillig keizer Frans Jozef te Frankfort omringden, in de hoop dat Oostenrijk over Pruisen zou zegepralen in den strijd om de oppermacht in Duitschland. Een der vier toenmalige Duitsche koningen is sedert dien tijd verjaagd en de drie andere bestaan nog slechts op voet van dulding, onder voorwaarde van gehoorzaamheid aan de rijksregeering. De groothertogen hebben minder verloren en de meesten waren te Berlijn tegenwoordig. De groothertog van Baden was altijd een getrouw aanhanger van Pruisen en de groothertog van Hessen moet het thans wel zijn. Men mag aannemen, dat de keizer van Oostenrijk de Duitsche politiek zijner voorvaderen voor altijd heeft laten varen, daar het vergelijk met Hongarije berust op de terugtrekking van Oostenrijk uit de Duitsche zaken. Dat op het kongres een vredelievende geest heerschte, is zeer waarschijnlijk, maar als de keizers te huis gebleven waren zou er ook geen oorlog gekomen zijn. Duitschland heeft geen reden om den vrede te verstoren. Rusland heeft nog eenige jaren voor zijne militaire reorganisatie noodig. De Spectator vermoedt, dat Bismarck op degelijker resultaten dan ridderordes, toasten, enz. gerekend had, ofsshoon hij verstandig genoeg is om er niets van te laten blijken. Dat keizer Frans Jozef door den Duitschen keizer tot kolonel van een Sleeswijk-Holsteinsch regement benoemd is, noemt de Spectator eene beleefdheid, die ook als hoon kan opgevat worden voor den overwonnen onderteekenaar van de overeenkomst van Gastein en van den vrede van Praag.
Frankrijk.
Het Journ. de Déb. deelt omtrent de vierde zitting der permanente kommissie, op 12 Sept. onder voorzitterschap van den heer Martel gehouden het volgende mede: De minister Lefranc zeide, dat de toestand des lands dezelfde gebleven was. De heer de Rainneville wilde weten, of de geruchten van de mindere opbrengst der belastingen gegrond waren; onder het keizerrijk, voegde hij er bij, werd de opbrengst der belastingen geregeld bekend gemaakt. De heer Lefranc antwoordde eenigszins scherp, dat hij geen aanmoediging noodig had om liberaal te zijn, en dat men de cijfers verdraaid heeft, met strafbare indiskretie. De heer Pagès-Duport zeide, dat de opbrengst in de eerste zes maanden aanmerkelijk minder was dan in het vorige jaar, maar dat zij sedert iedere week toeneemt, zoodat men einde 1872 op een goed dienstjaar hopen mag. De heer Laboulaye kwam tegen de woorden des ministers op; hij geloofde, dat men in een vrij land zich niet ongerust moet maken over indiskretiën der pers. Beter ware het, indien de regeering een officieele nota openbaar maakte. De heer d’Aboville vraagt inlichtingen omtrent de mijnen aan den Mont-Cénis-tuunel. Hij keurde het af, dat de regeering dat werk gestaakt heeft, omdat het Italiaansche ministerie er zich tegen verzette. De heer Lefranc beweerde, dat de werken werden gestaakt, zonder dat eenige vreemde regeering daartoe aangespoord had. Frankrijk nam geheel zelfstandig een besluit. Op een vraag van den beer Pagès-Duport om inlichting betreffende den staat der onderhandelingen tusschen Frankrijk, België en Engeland, in zake het handelstraktaat, kon de regeering geen antwoord geven, dan alleen dit, dat de onderhandelingen een goeden voortgang hadden.
De vestingwerken van Soissons zullen op groote schaal uitgebreid worden. De stad ligt aan den grooten weg naar het noorden en is uitnemend geschikt om als basis voor de bewegingen van een leger te dienen. Een der spoorwegen, die zich te Soissons vereenigen, vereenigt die plaats met Kamerijk en de andere vestingen van het noorden, en de andere spoorweg loopt langs de Belgische grenzen over Sédan, Montmédy, Thionville enz. In den laatsten oorlog was Soissons niet in staat van tegenweer gebracht en kapituleerde het zonder een beleg af te wachten.
Daar de gezondheidstoestand van Rochefort zeer achteruit gaat, hebben zijn vrienden weder bij den president der republiek, op vermindering van straf voor hem aangedrongen. De heer Thiers heeft hen naar de kommissie van gratie verwezen, die juist dezer dagen hare werkzaamheden heeft hervat.
Belgie.
Men zegt, dat de Italiaansche gezant de regeering verwittigd heeft, dat de koning van Italie er tegen protesteert, dat er nieuwe pauselijke konsuls door de vreemde regeeringen erkend worden. Daar de minister van buitenl. zaken aan den nieuwen pauselijken konsul-generaal te Antwerpen beloofd heeft het exequatur te geven zou deze moeielijkheid hem misschien dwingen af te treden.
TELEGRAMMEN.
Belgrado, Zondag. Het officieele blad deelt een dekreet van den Vorst mede, waarbij de Skuptschina tegen 6 Oktober te Kragoejewitz wordt bijeengeroepen.
Regensburg, Zondag. Aan de Jezuieten in deze stad is door de politie aangezegd, binnen driemaal vierentwintig uur te vertrekken.
Madrid, Zondag.
Naar de opening der Kortes reed de koning in een open rijtuig; de koningin in een gesloten koets. De houding van het publiek was koel.
In de troonrede werd gezegd, dat de betrekkingen met het buitenland goed waren. Het was te betreuren, dat de betrekkingen met den paus niet hersteld waren; de koning hoopte, dat de paus mettertijd overtuigd zou worden van den oprechten eerbied in Spanje voor zijn geestelijke macht, maar de koning was vast besloten de feiten en de denkbeelden van onzen tijd in aanmerking te nemen en de dekreeten te handhaven, die met het volste recht door het Spaansche volk vastgesteld waren.
De opstand der Karlisten is bijna geëindigd.
Het goevernement zal de bijzondere wetten der noordelijke provinciën, van Katalonië en van Aragon eerbiedigen.
Het zal een wet indienen over de bestraffing der opstandelingen.
Het zal naar Kuba voldoende ondersteuning zenden om een einde aan den opstand te maken en als deze geëindigd is, zal het op Kuba de beloofde hervorming invoeren.
Daarna worden vele wetsontwerpen opgenoemd, die betrekking hebben op de financiën, de justitie, den handel, het leger, het onderwijs.
De regeering zal de geheele waarheid over het budget meedeelen en eene schikking voorstellen ten opzichte van de betaling der rente.
Verder zal voorgesteld worden de afschaffing der loting voor het leger en de invoering van den algemeenen dienstplicht; de afschaffing der inschrijving voor de marine en de hervorming van het zeewezen; de aanschaffing van oorlogsmaterieel, overeenkomstig den stand der tegenwoordige wetenschap. De koning eindigt met God te bidden, de Kortes bij te staan en voor te lichten, opdat hun arbeid mocht strekken tot voordeel van het Vaderland.