Ins coninc iohatas ander iaer
kolom a
Van israel wet dat vor waer
Ontfinc die crone amasias
13720Van iherusalem als ict las
Was xxxv iaer out
Ende xxx iaer haddi gewout
Also goet was hi alse ioas
Siin vader in sire ioget was
13725Doe sloechi alst recht was groot
Die sloech sinen vader doot
Liede gaderde hi menich een
Om te dwingene die ydumeen
Entie van amalech also wel
13730Hi hurde van dien van israel
∙C∙ dusent gewapender man
Ende doe hi wech varen began
Quam ∙i∙ profete die hem riet
Dat hi die van israel liet
13735Omdat si methem hadden afgode
Nochtan so dediit harde node
Om dat si hadden siin ghelt
Doch versachi met gewelt
Van ydumea x∙M man
13740∙I∙ edele stede dat hi wan
Ende hi hietse daer iethiel[1]
Om dat god hem halp so wel
Mar die afgode van amalec
Brachten sident in ∙i∙ strec
13745Die hi voer hem bringen dede
Ende sident anebeedhise mede
Nu hort hoe hi gheplaget was
Hi screef ten coninc iohatas
Diene mi of het sal di scinen
13750Als dine vorders daden den minen
Dies balchem iohatas van israel
Ende elc was up andren fel
Doch vloech dat geslachte iudas
Ghevangen wert amasias
13755Ende ioathas dregede te dodene hem
Hi en gave hem iherusalem
Doe mosti an gaen dat sure
Die coninc iohatas brac die mure
Cccc cubitus lanc
13760Daer toe nam hi an den ganc
Beide selver ende gout
Ende vate met gewout
Diemen vant int huus ons heren
kolom b
Eer hi danen wilde keren
13765So roefdi des coninx scat
Ende nam gisele vander stat
Des wert tvolc upten coninc gram
Ende swoeren[2] up hem daert af quam
Mar amasias die ontscoet
13770In lachien daer sloechmen doet
Te iherusalem droechmenne na dat
Ende groefne in davids stat
Mar siin sone osias
Was na hem coninc als ict las
13775Die doe out was xv iaer
In amasias tiden dat es waer
So was coninc vanden latinen
Filius diemen noemt lavinen[3]
Die xiii comen van eneas
13780Die van troyen geboren was
Iohatas die coninc starf hier na
Ende men groefene in samaria
Na hem seidemen dat oec nam
Die crone siin sone ieroboam
13785Die coninc was in israel
xli iaer nu wet dat wel
Selc liif leedi als ict vernam
Alse dede die eerste ieroboam
Hi dede die macht van israel gaen
13790Also wiit hier verstaen
Van emat[4] al toter doder zee
Emat heeft namen twe
Hets anthiose hets reblata[5]
Als ghi horen selt hier na
13795Also alst vorsproken was
Vanden profete iosias[6]
Datmen surien soude storen
Om dese zake als wiit horen
So verhief hem ieroboam
13800Ende maecte gode met sonden gram
So datter god met sinen gehete
Amos sende sinen profete
Dit was ∙i∙ harde van den velde
Aldus sprac amos met gewelde
13805Ic sal mettem swerde werden gram
Iegen dat huus ieroboam
En dinde es comen also wel
Vanden volke van israel
- ↑ iechiel: (ihehechiel) Jokteël (Vulg. Iecetel Hist.Schol. Jectehel), de naam die de koning Amasja geeft aan de door hem overwonnen hoofdstad van Edom. Rijmb., ed. David, vs. 13827 heeft Jecheciel. In een noot hierbij geeft David als lezing van de Hist.Schol. Jezechel. In de ed. Migne staat echter Jectehel. Het is vooralsnog onduidelijk waar de Mnl. vorm op teruggaat. Bijbel: 2 K 14:7, Hist.Schol. Lib.IV Reg. Cap.XIX
- ↑ swoeren: van sweren, vloeken, lasterlijke taal uitslaan.
- ↑ filius ... lavinen: moet eigenlijk zijn: ‘Siluius die men noemt auentinen’: Aventinus Silvius (Hist.Schol. Silvius Aventinus), volgens een al in de vroege oudheid geschreven (maar niet historische) lijst de dertiende koning van Alba Longa. Bjbel: Hist.Schol. Lib.IV Reg. Cap.XIX (Inc.) Aventinus Silvius
- ↑ emat: Hamat (Vulg./Hist.Schol. Emath), stad in Syrië aan de Orontes. Deze stad ligt in hetzelfde gebied als de stad Ribla en is mogelijk daardoor op sommige plaatsen daarmee geïdentificeerd (Rijmb. 333,2-3 en 454,21-22). Bijbel: 2 S 8:9, Hist.Schol. Lib.II Reg. Cap.X
- ↑ reblata: Ribla (Vulg. Rebla Hist.Schol. Reblata (acc.)), plaats aan de Orontes in Syrië ook emat (d.i. Hamat) of antioche geheten. Zie ook: emat, Zie ook: antioche Bijbel: 2 K 23:33, Hist.Schol. Lib.IV Reg. Cap.XLIV
- ↑ iosias: moet jonas zijn (Hist. Schol.). Jona (Vulg. Ionas), profeet die mog. onder Elisa's invloed stond. Hij wist door zijn prediking te Nineve de ondergang van de stad te voorkomen. Jona