Officieel gedeelte.
SCHIETOEFENINGEN.
De Burgemeester en Wethouders van Venlo
brengen bij deze ter algemeene kennis, dat de schietoefeningen van de schutterij alhier, in het fort Ginkel, van af heden wederom zullen gehouden worden, en dat dit tot waarschuwing van een ieder telkens door eene roode seinvlag zal worden aangeduid.
Venlo, den 19. Maart 1886.
De Burgemeester en Wethouders van Venlo,
doen bij deze openbare kennisgeving, dat, de herziene lijsten van kiezers voor de afgevaardigden der Tweede Kamer der Staten-Generaal, der Provinciale Staten en der Leden van den Gemeenteraad, alsmede de lijsten, aanwijzende de namen der kiezers die bij de herziening daarvan zijn geschrapt geworden, op heden aan de groote deur van bet stadhuis zijn aangeplakt en gedurende veertien dagen op de secretarie voor een ieder ter inzage nedergelegd.
Bezwaren worden binnen veertien dagen, door de noodige bewijsstukken gestaafd, aan den gemeenteraad ingediend.
Venlo, den 20. Maart 1886.
KOSTELOOZE KOEPOKINENTING.
De Burgemeester van Venlo
brengt ter algemeene kennis, dat op Woensdag den 24. Maart a. s., des voormiddags ten 11 uur in het voormalig schoolgebouw op de Oude Markt zal worden overgegaan tot de kostelooze enting en herenting der koepokken.
Venlo, den 20. Maart 1886.
Niet-officieel gedeelte.
De heer Ruys op krukken
is de held van den dag, de redder uit den nood, de dooder van het doode punt.
Verleden Woensdag, de dag waarop de antiliberalen gezamenlijk weer goed zouden maken, wat eenige hunner acht dagen te voren bedorven hadden, verleden Woensdag vóor de pauze hadden 84 leden de presentielijst geteekend, 42 van de rechter-, 42 van de linkerzijde.
De Kamer stond op het doode punt.
Geen besluit mogelijk. Staking van stemmen onvermijdelijk. Immers de heer Van Wassenaer had (getrouw aan zijne belofte) het voorstel Haffmans opnieuw gedaan en het was volkomen zeker, dat zoowel de andere antirevolutionnairen, die vroeger tegenstemden, alsook dr. Schaepman, ditmaal vóor zouden stemmen.
Ware er dus voor de pauze gestemd, de uitslag der stemming zou geweest zijn: 42 vóor en 42 tegen.
Maar ziet! gedurende de pauze komt de heer Ruys op krukken aangesukkeld; toen was het pleit ten voordeele der rechterzijde beslecht. Deze was nu zeker van haar zaak, terwijl den liberalen allen moed ontzonk. Maar zij hadden nu eenmaal besloten tegen te stemmen en dat deden zij dan ook, behalve de heer Heldt, die er van door ging (hetgeen weinig heldhaftig was) en de heer Van Houten, die omliep (hetgeen weinig edelmoedig was). Ware de heer Ruys niet gekomen, waarschijnlijk zouden beiden pal gestaan hebben. Nu dachten zij: „De slag is toch verloren, het doet er weinig toe, of en hoe wij stemmen”. Het komt ons echter voor, dat zij in de gegeven omstandigheden minder dan ooit mochten uit het gelid treden, ten einde niet te gelijken op ratten, die een zinkend schip verlaten.
Dr. Schaepman zeide voor het voorstel Wassenaer te zullen stemmen, ofschoon ook op andere wijze dan door de prioriteit het doel der onderteekenaars der nota’s kon bereikt worden. Maar nu er geen voorstel was gedaan, om die andere wijze toe te passen, bleef hem niets over dan voor de prioriteit te stemmen. Hiermede was zijn vroeger tegenstemmen verklaard en alles in orde.
Wat die andere wijze betreft, er liep een gerucht dat de heer Gleichman plan had een voorstel te doen alle hoofdstukken, te beginnen met no. 1, achtereenvolgens te behandelen zonder te stemmen en dan ten slotte over alle te gelijk te stemmen. Eene heerlijke vondst voor de liefhebbers van discussie quand même! Intusschen viel dit plan niet in den smaak van den Voorzitter, die te recht begreep dat de liberalen daardoor den schijn op zich zouden laden, van alleen te durven wanneer de heer Van Wassenaer vooropging en dat zij er anders langs zochten te draaien. Wij weten dit niet stellig, maar maakten zulks op uit de gebaren van den Voorzitter, terwijl hij met den heer Gleichman sprak.
Hoe het zij, deze vernedering bleef den liberalen gespaard en alles liep ten beste af. Tout est pour le mieux dans le meilleur des mondes. De verdeeldheid der rechterzijde is gebleken slechts schijnbaar geweest te zijn.
Wij hadden dus volkomen gelijk toen wij verleden week ons artikel „Louter misverstand” schreven. Het eenige verschil dat er werkelijk bestond was, dat de doctor meende dat er nog een ander middel dan de prioriteit van hoofdstuk x bestond, om te zorgen dat wij niet gefopt werden, terwijl alle andere katholieken en de meeste antirevolutionnairen overtuigd waren, dat prioriteit het eenige middel was.
Al wat er verder in katholieke bladen gestaan heeft omtrent de bedoelingen en inzichten van dr. Schaepman is uit de lucht gegrepen. Wij weten waarlijk niet, hoe zij er aan komen.
Daar heb je b. v. De Nieuwe IJselbode, die Zaterdag 13. Maart een hoofdartikel bracht met het opschrift: Eene gewichtige beslissing.
Na de beroemde verklaring van den doctor op 1. Dec. v. j. meegedeeld te hebben, zegt de redactie:
Hoe kan en zal aan deze bedreiging door de rechterzijde gevolg worden gegeven?
Er staan twee wegen open. Wil men zich de verklaring van dr. Schaepman zóo opvatten dat men de bedreiging reeds bij de eerste lezing ten uitvoer legt, dan is de zaak in zekeren zin eenvoudig genoeg.
Heemskerk verkiest nu eenmaal niet — om welke redenen is ons voor het oogenblik onverschillig — art. 194 het eerste aan de orde te stellen.
Men kan beproeven den minister door eene motie te noodzaken.
Maar eene motie om hoofdstuk x (art. 194) voor alle andere hoofdstukken te behandelen, wordt waarschijnlijk verworpen. Wij gelooven, dat de geheele rechterzijde er voor zal stemmen, en hoogstens mag men staking der stemmen dus verwerping der motie verwachten.
Dit nu vinden wij juist geene ernstige ten uitvoerlegging van eene ernstige bedreiging.
Zooals elke krachtsinspanning die geen doel treft, zou ook deze krachtsinspanning juist niet de kracht en het zelfvertrouwen der rechterzijde verhoogen. Daarbij zou eene afwijking van een der conservatieve Kamerleden b. v. eene zeer ongewenschte scheuring brengen in de rechterzijde en een ongewenscht wantrouwen wekken.
En verder:
Wij hopen, dat de verklaring, neen, dat de bedreiging van 1. December haar vol effect moge hebben. Maar dat kan zij eerst bij de tweede lezing. Dat kan zij eerst wanneer er met eene meerderheid van twee derden der uitgebrachte stemmen definitief over de nieuwe Grondwetsartikelen moet beslist worden.
Met welk een zelfvertrouwen, met welk eene autoriteit wordt dat alles geproclameerd. En nu blijkt het dat er niets van aan is. Niet bij de tweede, maar bij de eerste lezing reeds heeft de doctor door zijne stem voor het voorstel Wassenaer de conditio sine qua non doen gelden.
Ook De Grondwet van Rozendaal weet er alles van en schrijft met een aplomb, dat het een lust is om te lezen.
Na de houding aller katholieke kamerleden (behalve dr. Schaepman) scherp gehekeld te hebben, vervolgt de redactie:
Het Venloosch Weekblad, dat algemeen bekend staat de denkbeelden van den afgevaardigde Haffmans volkomen juist uit te drukken, heeft in zijn nummer van Zondag ll. beproefd, de prioriteitsstelling van hoofdstuk x in de eerste instantie als eene bij de kath. kamerclub uitgemaakte zaak voor te stellen. Deze had zich daartoe in hare nota verbonden, zij kon niet meer terug al zou zij willen, heette het. Het blad beriep zich ook op het door dr. Schaepman gesprokene in de Kamerzitting van 1. December ll.
Het viel laatstgenoemde zeer gemakkelijk, in een brief aan De Tijd te bewijzen, dat die Nota hare onderteekenaars op dit stuk volkomen vrijheid laat. In een ander briefje protesteerde hij tegen den beperkten zin aan het door hem op 1. Dec. ll. gesprokene gegeven en alzoo ook tegen te toelichting daarvan van De Tijd, die ronduit gezegd, ons wel wat Rabbijnsch voorkwam.
Een en ander zal den heer Haffmans op het denkbeeld hebben gebracht, dat zijn collega Schaepman de prioriteit van behandeling voor hoofdstuk x, althans in de eerste instantie, niet verlangde. De eenige taktiek nu, waarvan zijn voorstel bij mogelijkheid getuigen kan, bestaat hierin, dat hij heeft willen voorkomen, dat gene aanhangers voor de hem toegedachte meening won. Van daar de haast, de voorbarigheid, waarmede hij met zijn voorstel als uit de lucht is komen vallen, men weet met welk gevolg. Voorwaar eene bedenkelijke taktiek.
Hoe de heer Schaepman over deze prioriteitsquaestie zelve denkt, hebben wij niet te onderzoeken. Dat zal wel aanst. Woensdag of een der daaropvolgende dagen blijken.
Wat ons betreft, wij zijn nog niet, evenals het Venl. Weekbl, De Tijd en andere geestverwante bladen, overtuigd dat ook bij de eerste instantie de prioriteit der behandeling van hoofdstuk x alleszins gewenscht is. Wij erkennen gaarne dat men, om die wenschelijkheid te betoogen, niet de halsbrekende toeren behoeft te verrichten, als welke eerstgenoemd blad gemeend heeft zich te kunnen veroorlooven. Daar pleiten argumenten voor, die ernstige aandacht verdienen, zooals die ontleend aan de waarde van den nationalen tijd, de waardigheid van ons parlement. Maar daar tegenover staat eene overweging, waarvan wij ons niet kunnen los maken en die ons vooralsnog belet, anderer overtuiging te deelen.
Daar waait nu eenmaal over ons land een hervormingswind, niet brekend, zelfs niet schokkend, maar toch drijvend.
Als men niet beter wist, men zou waarlijk gelooven den doctor zelven te hooren.
En toch is er nu gebleken dat dr. Schaepman over de prioriteitsquaestie precies zoo denkt als wij. Al die elucubraties over eerste en tweede instantie vallen in duigen.
Alleen het Centrum had het aan het rechte eind. Ook volgens zijn oordeel was het verschil van meening slechts schijnbaar.
Ziethier het snedig artikel:
⁂ Prioriteits-polemiek.
Er is een klein polemiekje ontstaan tusschen het Venloosch Weekblad en dr. Schaepman. Genoemd blad heeft zich, evenals De Tijd, verklaard voor het toekennen van de prioriteit aan hoofdstuk x in geval de grondwets-herziening aan de orde komt.
Beide bladen gronden hun verlangen op de waardigheid van het Parlement en het practisch nut. Het Venloosch Weekblad meent bovendien, dat de rechterzijde niet anders kan wegens de door haar ingezonden nota’s en de door dr. Schaepman in de zitting van 1. December afgelegde verklaring.
Hiertegen nu voert dr. Schaepman heden in De Tijd eenige bedenkingen aan. Hij acht de rechterzijde, die de nota’s inzond toen er van wijziging van hoofdstuk x bij de Regeering nog geen sprake was, volstrekt niet aan die prioriteit gebonden en schijnt te bedoelen, dat het door hem gesprokene in dien zin moet worden verklaard, dat waar hij de uitdrukking deze Kamer bezigde, het oog had op de behandeling in het algemeen, en dat hij aan prioriteit van hoofdstuk x bij de behandeling in eerste instantie niet gedacht heeft.
De Tijd blijft zich, na dit meenings-verschil, nu ook voor de prioriteit in eerste instantie verklaren, wat naar ons voorkomt ook de beste tactiek is.
Wijl dr. Schaepman zich echter over die prioriteit niet uitlaat, is wellicht het verschil van meening slechts schijnbaar.
Maar dan had de gansche polemiek best achterwege kunnen blijven.
Hiermede eindigen wij onze beschouwingen over dit geruchtmakend incident. Alleen willen wij nog uitdrukkelijk zeggen, ofschoon het herhaaldelijk is aangeduid, dat de heer Haffmans als oudste lid door de katholieke club was gelast, om het voorstel te doen, dit dus eigenlijk niet zijn voorstel is, maar dat der katholieke club. Anders had de doctor er ook wel een paar medegesleept.
Eere wien eere toekomt!

Een treffend teeken des tijds.
Verleden Donderdag vóor de zitting begaven zich de heeren Bahlman, hoofd der protectionisten in de Kamer, Haffmans, Van Baar, Lambrechts, Clercx en Ruland naar het departement van Financiën om den Minister een adres aan te bieden van — raad eens, ik zet het U in duizend — van het Provinciaal Comité van invoerrechten op graan in de provincie Groningen. Noord-Brabantsche en Limburgsche afgevaardigden, dragers van Groningsche adressen! Wie had het ooit gedacht? Natuurlijk deden zij dit op verzoek der adressanten, niet uit eigen beweging. Zij hebben dus de Groningsche afgevaardigden niet onderkropen, neen, maar deze heeren zijn vrijhandelaars en danken er dus voor, protectionistische adressen over te brengen. De Groningsche protectionisten zijn dus genoodzaakt zich tot anderen te wenden. Zij hebben den heer Lambrechts, wiens redevoering (indertijd door ons medegedeeld) zij waarschijnlijk in het Bijblad gelezen hebben, tot hunnen lieveling gekozen. Gedurig ontvangt hij vriendelijke brieven van hen. Het zou ons niet verwonderen, wanneer zij hem te eeniger tijd de candidatuur in Groningen aanboden. Maar wij kunnen hem niet missen.
Het adres beslaat 15 bladzijden en is dus te lang om mede te deelen. Maar, als bewijs hoe algemeen de beweging in Groningen is, laten wij hier de lijst der gemeenten volgen waaruit adressen zijn opgegaan met het getal onderteekenaars, allen hoofden van huisgezinnen.
Adressen uit de provincie Groningen op beschermende rechten aandringende:
| Getal adressanten | ||
| Gemeente | Eenrum | 218 |
| Bedum | 63 | |
| ld. | 291 | |
| Grijpskerk | 64 | |
| Baflo | 274 | |
| Ulrum, Leens, Kloosterburen | 293 | |
| Meeden | 87 | |
| Termunten | 78 | |
| Uithuizermeeden | 191 | |
| Ten Boer | 352 | |
| Delfzijl | 482 | |
| Appingedam | 106 | |
| Kantens | 198 | |
| Oldehove | 127 | |
| Grootegast | 186 | |
| Warfum | 103 | |
| Westerkwartier, Nijverheid | 298 | |
| Wolderdorp | 55 | |
| 3436 | ||
| Leden meeting Groningen | 181 | |
| Totaal | 3587 |
Het Comité, deze lijst mededeelende, voegt er bij:
Er komen er nog meer.
Nieuwstijdingen.
Z. M. heeft, op zijn verzoek, eervol ontslag verleend aan den heer J. H. Lemmens, als 1. luit. bij het 6. bat. der rustende schutterij in Limburg; en in diens plaats benoemd tot 1. luit. den heer J. H. H. Paulussen, thans 2. luit.; tot 2. luit. den heer J. Potter van Loon, thans schutter.
Z. D. H. mgr. J. A. Paredis, bisschop van Roermond, heeft den wel eerw. heer Fr. Schijns, kapelaan te Simpelveld, benoemd tot pastoor te Waal en Nijswiller.
Z. D. H. mgr. F. A. H. Boermans, bisschop-titularis van Termopilis, heeft Maandag in de kerk van het groot seminarie te Roermond de tonsuur en mindere orden toegediend aan de eerw. heeren Th. Buschbell, J. Schmitz, W. Schroers en H. Wenner, alle vier uit het aartsbisdom van Keulen. Aanstaanden Zaterdag over drie weken zullen weder wijdingen plaats hebben.
Het Philharmonisch Gezelschap te dezer stede viert dit jaar zijn gouden jubileum. Het getuigt zeker van een welwillenden geest der leden, van een edelmoedig streven voor de kunst, van een goed beleid des bestuurs, als een dilettanten-gezelschap zooveel jaren zich heeft weten staande te houden; men moet bekend zijn met de innerlijke huishouding van een dergelijke vereeniging, die aan zoovele wisselvalligheden is blootgesteld geweest, om te weten op prijsstelten zulk langdurig bestaan. Het feest zal dan ook met luister en plechtigheid gevierd worden; van alle gezelschappen en sociëteiten der stad wordt medewerking verwacht en is reeds grootendeels toegezegd. Het plan is op kermis-Zondag, 20. Juni, een festival van zangvereenigingen te houden, den volgenden dag een muziekfeest van harmoniën en fanfares, Dinsdag en Woensdag speciale concerten. Wij wenschen dan ook het Gezelschap, speciaal de directie toe, dat zij allerzijds geanimeerde medewerking moge vinden om den heugelijken gedenkdag zoo aangenaam en luisterrijk mogelijk te maken.
Hier ter stede is een velocipède-club opgericht. Het bestuur is samengesteld uit de heeren Victor Berger, P. Smulders en A. Van Galen.
De heer C. B. Van Meurs, sedert 15 jaren als chef der Duitsche goederen-expeditie te Venlo werkzaam, is tegen 1. April overgeplaatst naar Nijmegen, om daar op te treden als vertegenwoordiger der spoorwegmaatschappij Nijmegen-Kleef.
Gisteren morgen ontspoorde te Kaldenkirchen een van Venlo komende goederentrein. De machinist werd licht gewond en vier der goederenwaggons erg beschadigd.
De arrondissements-rechtbank te Roermond heeft M. H., van Venlo, tot drie maanden gevangenisstraf veroordeeld wegens diefstal van twee flesschen jenever, en vronw H. E., van Venlo, tot acht dagen cel wegens mishandeling.
Het voornemen bestaat om den thans loopenden cursus aan de rijschool den 15. October e. k. te doen eindigen, ten einde vóor 1. November d. a. v. de rij- en hoefsmidschool, thans te Venlo gestationneerd, naar de nieuwe standplaats Amersfoort te kunnen overbrengen.
In het naburige Kempen zijn valsche 50 pfennigstukken met het jaar 1877 in omloop, welke door donkere kleur en doffen klank te onderscheiden zijn van de echte.
Blijkens mededeeling van den regeeringspresident uit Dusseldorf wordt weder voorwaardelijke vergunning verleend tot den invoer van rundvee, herkomstig uit Nederderland en België, en bestemd voor de voortteling van goed veeras.
De vorige week Donderdag heeft een vrij uitgestrekte heidebrand gewoed in het Mehr onder Well, toebehoorende aan het kasteel aldaar.
De levering van turfstrooisel ten dienste van de troepenpaarden te Amsterdam is gegund aan den heer J. Steegh te Horst voor f. 9.67 per 1000 kg.
De jaarwedde van den ontvanger der gemeente Kessel is met ingang van den 1. April vastgesteld op f. 100.
Door het Geneeskundig staatstoezicht is de openbare school te Kessel, als schadelijk voor de gezondheid, afgekeurd.
Maandag is te Roermond gevankelijk binnengebracht de onbezoldigde rijksveldwachter J. M. L. uit Linne, oud 60 jaar, wiens 70jarige vrouw Vrijdag te voren is overleden tengevolge van mishandeling. Bij het onderzoek bleek dat de vrouw, behalve een schedelwond, deerlijk mishandeld was, de armen waren bont en blauw, de handen gewond. Hij zegt dat de vrouw doodgevallen is.
Men meldt ons uit Roermond:
De dag van ll. Dinsdag zal steeds in vreugdevolle herinnering in het geheugen gegrift blijven van professoren en studenten van het Bisschoppelijk College te Roermond. Ze vierden dien dag het zilveren priesterfeest van hun geliefden directeur, den z. e. z. g. heer Th. Haffmans.
Te 9½ uur zong de jubilaris in de smaakvol versierde kapel van het College eene plechtige h. mis tot dankzegging. Hij werd geassisteerd door mgr. Rykers, oud-directeur, als index; door den w. e. heer Hillen als diaken, en door den w. e. heer Leonard als subdiaken, beiden oud-professoren. Tal van bloedverwanten, vrienden en bekenden woonden den h. dienst bij.
Het flink bezette koor van ’t College voerde op voortreffelijke wijze de mis uit van Ant. Lotti (Missa J Lück). De andere stukken, gedurende en na de h. mis uitgevoerd, als de „Liberi me” van Orlando di Sasso, het „Populi meus” van L. Vittoria, het „Tantum ergo” van Palestrina droegen niet minder de goedkeuring weg van verschillende muziekliefhebbers. Na de h. mis had een prachtige receptie plaats in de rijk versierde speelzaal van het College. Ook hier wist het koor zich weer uitstekend van zijne taak te kwijten. Krachtig en zuiver weerklonken de „Chronogramme musical” van prof. Janssen, de „Halleluja” van Breitenbach en „Der Herr ist mein Hirt” van Klein. De studenten uitgekozen, om in dicht en ondicht de gevoelens van allen te vertolken, kweten zich niet minder uitmuntend van hun taak.
De talrijke schaar van priesters en leeken, die de plechtigheid bijwoonden, waren diep
