2. Indien de betrokken partijen geen overeenstemming kunnen bereiken door middel van onderhandelingen, kunnen zij gezamenlijk verzoeken om de goede diensten van of bemiddeling door een derde.
3. Bij de bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dit Verdrag, dan wel bij de toetreding hiertoe, kan elke Staat of regionale organisatie voor economische integratie verklaren, door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Depositaris, dat hij c.q, zij ten aanzien van een geschil dat niet is opgelost in overeenstemming met het eerste of het tweede lid één van beide of beide hierna te noemen middelen voor geschillenbeslechting als dwingend aanvaardt:
4. Indien de partijen bij het geschil niet dezelfde of geen enkele procedure hebben aanvaard in overeenstemming met het derde lid, wordt het geschil onderworpen aan conciliatie in overeenstemming met Titel 2 van Bijlage II, tenzij de partijen anders overeenkomen.
5. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op elk protocol, tenzij in het desbetreffende protocol anders is bepaald.
Artikel 28. Aanneming van protocollen
1. De Verdragsluitende Partijen werken samen bij de opstelling en aanneming van protocollen bij dit Verdrag.
2. Protocollen worden aangenomen op een vergadering van de Conferentie van de Partijen.
3. De tekst van een voorgesteld protocol wordt ten minste zes maanden vóór bedoelde vergadering door het Secretariaat medegedeeld aan de Verdragsluitende Partijen.
Artikel 29. Wijzigingen op het Verdrag of de protocollen
1. Wijzigingen op dit Verdrag kunnen worden voorgesteld door elke Verdragsluitende Partij. Wijzigingen op een protocol kunnen worden voorgesteld door elke Partij bij dat protocol. 2. Wijzigingen op dit Verdrag worden aangenomen op een vergadering van de Conferentie van de Partijen. Wijzigingen op een protocol worden aangenomen op een vergadering van de Partijen bij het desbetreffende protocol. De tekst van een voorgestelde wijziging op dit Verdrag of op een protocol wordt, tenzij in het desbetreffende protocol anders is bepaald, ten minste zes maanden vóór de vergadering waarop zij ter aanneming wordt voorgelegd, door het Secretariaat aan de Partijen bij de desbetreffende akte medegedeeld. Voorgestelde wijzigingen worden door het Secretariaat tevens ter kennisneming toegezonden aan de ondertekenaars van dit Verdrag.
3. De Partijen stellen alles in het werk om over elke voorgestelde wijziging op dit Verdrag of op een protocol overeenstemming te bereiken door middel van consensus. Indien alle pogingen om tot consensus te komen mislukken en er geen overeenstemming wordt bereikt, wordt de wijziging in laatste instantie aangenomen met een meerderheid van twee derde van de aanwezige Partijen bij de desbetreffende akte die hun stem uitbrengen, en wordt zij door de Depositaris aan de Partijen voorgelegd ter bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
4. De bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van wijzigingen wordt schriftelijk medegedeeld aan de Depositaris. Overeenkomstig het derde lid aangenomen wijzigingen worden tussen Partijen die deze hebben aanvaard van kracht op de negentigste dag na de nederlegging van de akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring door ten minste twee derde van de Partijen bij dit Verdrag of van de Partijen bij het desbetreffende protocol, tenzij in het desbetreffende protocol anders is bepaald. Daarna worden de wijzigingen voor elke andere Partij van kracht op de negentigste dag nadat die Partij haar akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van die wijzigingen heeft nedergelegd.
5. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „aanwezige Partijen die hun stem uitbrengen"