Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag inzake biologische diversiteit (1992).pdf/14

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

verstaan Partijen die aanwezig zijn en voor- of tegenstemmen.

Artikel 30. Aanneming en wijziging van bijlagen

1. De bijlagen bij dit Verdrag of bij protocollen maken een integrerend deel uit van het Verdrag of die protocollen, naar gelang het geval, en een verwijzing naar het Verdrag of protocol vormt tegelijkertijd een verwijzing naar de bijlagen daarbij, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. De bijlagen hebben slechts betrekking op aangelegenheden van procedurele, wetenschappelijke, technische en administratieve aard.

2. Tenzij in een protocol anders is bepaald ten aanzien van de bijlagen daarbij, is de volgende procedure van toepassing op het voorstellen, het aanvaarden en het in werking treden van aanvullende bijlagen bij dit Verdrag of bijlagen bij een protocol.

a. Bijlagen bij dit Verdrag of bij een protocol worden voorgesteld en aangenomen in overeenstemming met de in artikel 29 uiteengezette procedure;
b. Een Partij die niet in staat is een aanvullende bijlage bij dit Verdrag of een bijlage bij een protocol waarbij zij Partij is goed te keuren, stelt de Depositaris daarvan schriftelijk in kennis binnen een jaar na de datum van mededeling van de aanneming door de Depositaris. De Depositaris stelt alle Partijen onverwijld in kennis van elke ontvangen kennisgeving. Een Partij kan te allen tijde een eerdere verklaring van bezwaar herroepen, waarna de bijlagen voor die Partij in werking treden, behoudens het in letter c bepaalde.
c. Na het verstrijken van een jaar na de datum van mededeling van de aanneming door de Depositaris treedt de bijlage in werking voor alle Partijen bij dit Verdrag of bij het desbetreffende protocol die geen kennisgeving hebben gedaan als bedoeld in letter b.

3. Voor het voorstellen, het aannemen en het van kracht worden van wijzigingen op de bijlagen bij dit Verdrag of bij een protocol geldt dezelfde procedure als voor het voorstellen, het aannemen en het in werking treden van bijlagen bij het Verdrag of bij een protocol.

4. Indien een aanvullende bijlage of een wijziging op een bijlage verband houdt met een wijziging op het Verdrag of een protocol, treedt die aanvullende bijlage of die wijziging eerst in werking wanneer de wijziging op het Verdrag of het desbetreffende protocol van kracht wordt.

Artikel 31. Stemrecht

1. Behoudens het in het tweede lid bepaalde, heeft elke Partij bij dit Verdrag één stem.

2. Regionale organisaties voor economische integratie beschikken ter zake van binnen hun bevoegdheid vallende aangelegenheden over een aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal stemmen van hun lidstaten die Partij zijn bij dit Verdrag of het desbetreffende protocol. Bedoelde organisaties oefenen hun stemrecht niet uit indien hun lidstaten hun stemrecht uitoefenen, en omgekeerd.

Artikel 32. Verhouding tussen dit Verdrag en de protocollen daarbij

1. Een Staat of regionale organisatie voor economische integratie kan geen Partij bij een protocol worden indien hij c.q, zij niet tevens Partij bij dit Verdrag is of wordt.

2. Besluiten ingevolge een protocol worden slechts genomen door de Partijen bij het desbetreffende protocol. Een Verdragsluitende Partij die een protocol niet heeft bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd kan als waarnemer deelnemen aan een vergadering van de Partijen bij dat protocol.

Artikel 33. Ondertekening

Dit Verdrag staat open voor ondertekening te Rio de Janeiro voor alle Staten en regionale organisaties voor economische integratie van 5 juni 1992 tot en met 14 juni 1992 en op de zetel van de Verenigde Naties te New York van 15 juni 1992 tot en met 4 juni 1993.

Artikel 34. Bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring