Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag inzake biologische diversiteit (1992).pdf/15

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen


1. Dit Verdrag en elk protocol daarbij dienen te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door Staten en regionale organisaties voor economische integratie. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring dienen te worden nedergelegd bij de Depositaris.

2. Een in het eerste lid bedoelde organisatie die Partij wordt bij dit Verdrag of een protocol zonder dat één van haar lidstaten Partij is, is gebonden aan alle verplichtingen ingevolge het Verdrag of het protocol, naar gelang het geval. Wanneer één of meer lidstaten van zo'n organisatie Partij zijn bij dit Verdrag of een protocol, komen de organisatie en haar lidstaten hun onderscheiden verantwoordelijkheden overeen met betrekking tot de nakoming van hun verplichtingen ingevolge het Verdrag of een protocol, naar gelang het geval. In dergelijke gevallen zijn de organisatie en de lidstaten niet gerechtigd de uit het Verdrag of een protocol voortvloeiende rechten gelijktijdig uit te oefenen.

3. In hun akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring geven de in het eerste lid bedoelde organisaties de omvang van hun bevoegdheid ter zake van door het Verdrag of het desbetreffende protocol geregelde aangelegenheden aan. Deze organisaties stellen ook de Depositaris in kennis van elke relevante wijziging betreffende de omvang van hun bevoegdheid.

Artikel 35. Toetreding

1. Dit Verdrag en alle protocollen staan open voor toetreding door Staten en regionale organisaties voor economische integratie vanaf de datum waarop het Verdrag of het desbetreffende protocol is gesloten voor ondertekening. De akten van toetreding worden nedergelegd bij de Depositaris.

2. In hun akten van toetreding geven de in het eerste lid bedoelde organisaties de omvang van hun bevoegdheid ter zake van de door het Verdrag of het desbetreffende protocol geregelde aangelegenheden aan. Deze organisaties stellen ook de Depositaris in kennis van elke relevante wijziging betreffende de omvang van hun bevoegdheid.

3. De bepalingen van artikel 34, tweede lid, zijn van toepassing op regionale organisaties voor economische integratie die toetreden tot dit Verdrag of een protocol.

Artikel 36. Inwerkingtreding

1. Dit Verdrag treedt in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van de dertigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

2. Een protocol treedt in werking op de negentigste dag na de datum waarop het in het desbetreffende protocol genoemde aantal akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding is nedergelegd.

3. Voor elke Verdragsluitende Partij die dit Verdrag bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt, dan wel hiertoe toetreedt, na de nederlegging van de dertigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, treedt het in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding door die Verdragsluitende Partij.

4. Tenzij daarin anders is bepaald, treedt een protocol voor een Verdragsluitende Partij die dat protocol bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt, dan wel daartoe toetreedt na zijn inwerkingtreding overeenkomstig het tweede lid, in werking op de negentigste dag na de datum waarop die Verdragsluitende Partij haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding heeft nedergelegd, of op de datum waarop dit Verdrag voor die Verdragsluitende Partij in werking treedt, indien deze datum later valt.

5. Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt een door een regionale organisatie voor economische integratie nedergelegde akte niet meegeteld naast de door haar lidstaten nedergelegde akten.

Artikel 37. Voorbehouden