Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag inzake biologische diversiteit (1992).pdf/6

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen


De Verdragsluitende Partijen dienen, rekening houdend met de bijzondere behoeften van de ontwikkelingslanden:

a. programma's op te zetten en in stand te houden voor wetenschappelijke en technische opleiding en onderwijs op het gebied van maatregelen tot inventarisatie, behoud en duurzaam gebruik van de biologische diversiteit en bestanddelen daarvan, en steun te bieden voor die opleiding en dat onderwijs, toegesneden op de bijzondere behoeften van de ontwikkelingslanden;
b. onderzoek te bevorderen en te stimuleren dat bijdraagt tot het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, in het bijzonder in de ontwikkelingslanden, onder andere in overeenstemming met de besluiten van de Conferentie van de Partijen naar aanleiding van aanbevelingen van het hulporgaan voor wetenschappelijk, technisch en technologisch advies; en
c. met inachtneming van de bepalingen van de artikelen 16, 18 en 20, de gebruikmaking van de geboekte vooruitgang in het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de biologische diversiteit te bevorderen bij het ontwikkelen van methoden voor het behoud en het duurzaam gebruik van biologische rijkdommen, en daartoe samen te werken.

Artikel 13. Voorlichting en bewustmaking

De Verdragsluitende Partijen dienen:

a. het besef van het belang van het behoud van de biologische diversiteit, en de daartoe benodigde maatregelen, alsook het propageren daarvan via de media en het opnemen van deze thema's in de onderwijsprogramma's, te bevorderen en te stimuleren; en
b. samen te werken, indien passend, met andere Staten en internationale organisaties bij het ontwikkelen van voorlichtings- en bewustmakingsprogramma's met betrekking tot het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit.

Artikel 14. Effectrapportage en beperking van de nadelige gevolgen

1. Elke Verdragsluitende Partij dient, voor zover mogelijk en passend:

a. passende procedures in te voeren die een milieu-effectrapportage voorschrijven betreffende haar voorgenomen projecten die aanmerkelijke nadelige gevolgen zouden kunnen hebben voor de biologische diversiteit, teneinde deze gevolgen te vermijden of tot een minimum te beperken en die, indien passend, het mogelijk maken het publiek aan die procedures te laten deelnemen;
b. passende regelingen te treffen om te verzekeren dat naar behoren rekening wordt gehouden met de milieu-effecten van haar programma's en beleidslijnen die nadelige gevolgen zouden kunnen hebben voor de biologische diversiteit;
c. op basis van wederkerigheid kennisgeving, informatie-uitwisseling en overleg te bevorderen aangaande activiteiten onder haar rechtsmacht of toezicht die aanmerkelijke nadelige gevolgen zouden kunnen hebben voor de biologische diversiteit van andere Staten of van gebieden die onder geen enkele nationale rechtsmacht vallen, door het sluiten van bilaterale, regionale of multilaterale regelingen, waar passend, te stimuleren;
d. in geval van dreigend of ernstig gevaar of dreigende of ernstige schade, ontstaan onder haar rechtsmacht of toezicht, voor c.q, aan de biologische diversiteit in een gebied onder de rechtsmacht van andere Staten of in gebieden die onder geen enkele nationale rechtsmacht vallen, onmiddellijk de mogelijk getroffen Staten van dat gevaar of die schade in kennis te stellen, alsmede actie te ondernemen om dat gevaar of die schade te voorkomen of tot een minimum te beperken; en
e. nationale regelingen te bevorderen voor het treffen van noodmaatregelen in geval van activiteiten of voorvallen, ongeacht of deze een natuurlijke of andere oorzaak hebben, die een ernstig of dreigend gevaar vormen voor de biologische diversiteit, en de internationale samenwerking in aansluiting op die nationale inspanningen te stimuleren, en, waar passend en voor zover overeengekomen door de betrokken Staten of regionale organisaties voor economische integratie, gezamenlijke rampenplannen op te stellen.

2. De Conferentie van de Partijen bestudeert, op basis van te verrichten studies, het vraagstuk van