Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/11

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

optreden van de Unie op dat gebied. Zij onthouden zich van ieder optreden dat in strijd is met de belangen van de Unie of dat afbreuk zou kunnen doen aan de doeltreffendheid ervan.


Artikel I-17
De gebieden voor ondersteunend, coördinerend of aanvullend optreden

De Unie is bevoegd om ondersteunend, coördinerend of aanvullend op te treden. De gebieden voor dat optreden zijn, wat hun Europese dimensie betreft:

a. bescherming en verbetering van de volksgezondheid;

b. industrie;

c. cultuur;

d. toerisme;

e. onderwijs, jeugd, sport en de beroepsopleiding;

f. civiele bescherming;

g. administratieve samenwerking.


Artikel I-18
Flexibiliteitsclausule

1. Indien een optreden van de Unie in het kader van de beleidsgebieden van deel III nodig blijkt om een van de doelstellingen van de Grondwet te verwezenlijken zonder dat de Grondwet in de daartoe vereiste bevoegdheden voorziet, stelt de Raad van Ministers, op voorstel van de Europese Commissie en na goedkeuring door het Europees Parlement, met eenparigheid van stemmen passende maatregelen vast.

2. In het kader van de in artikel I-11, lid 3, bedoelde procedure voor toetsing aan het subsidiariteitsbeginsel vestigt de Europese Commissie de aandacht van de nationale parlementen op de voorstellen die op onderhavig artikel worden gebaseerd.

3. De op onderhavig artikel gebaseerde maatregelen mogen in gevallen waarin de Grondwet zulks uitsluit geen harmonisatie van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inhouden.


TITEL IV
INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE UNIE


HOOFDSTUK I
INSTITUTIONEEL KADER


Artikel I-19
De instellingen van de Unie

1. De Unie beschikt over een institutioneel kader, dat ertoe strekt:

– haar waarden uit te dragen,