Artikel III-263
De Raad stelt bij Europese verordening regels vast voor de administratieve samenwerking tussen de diensten van de lidstaten die bevoegd zijn op de door dit hoofdstuk bestreken gebieden, en tussen deze diensten en de Commissie. De Raad besluit op voorstel van de Commissie, onder voorbehoud van artikel III-264, en na raadpleging van het Europees Parlement.
Artikel III-264
De in de afdelingen 4 en 5 bedoelde handelingen alsmede de in artikel III-263 bedoelde Europese verordeningen tot vaststelling van regels voor administratieve samenwerking op de door die afdelingen bestreken gebieden worden vastgesteld:
a. op voorstel van de Commissie, of
b. op initiatief van een kwart van de lidstaten.
AFDELING 2
BELEID INZAKE GRENSCONTROLES, ASIEL EN IMMIGRATIE
Artikel III-265
1. De Unie ontwikkelt een beleid dat tot doel heeft:
a. ervoor te zorgen dat personen, ongeacht hun nationaliteit, bij het overschrijden van de binnengrenzen niet worden gecontroleerd;
b. te zorgen voor personencontrole en efficiënte bewaking bij het overschrijden van de buitengrenzen;
c. geleidelijk een geïntegreerd systeem voor het beheer van de buitengrenzen op te zetten.
2. Voor de toepassing van lid 1 worden bij Europese wet of kaderwet maatregelen vastgesteld die betrekking hebben op:
a. het gemeenschappelijk beleid inzake visa en andere verblijfstitels van korte duur;
b. de controles waaraan personen bij het overschrijden van de buitengrenzen worden onderworpen;
c. de voorwaarden waaronder onderdanen van derde landen gedurende een korte periode vrij in de Unie kunnen reizen;
d. de maatregelen die nodig zijn voor de geleidelijke invoering van een geïntegreerd systeem van beheer van de buitengrenzen;
e. het voorkomen dat personen, ongeacht hun nationaliteit, gecontroleerd worden bij het overschrijden van de binnengrenzen.
3. Dit artikel laat de bevoegdheid van de lidstaten inzake de geografische afbakening van hun grenzen overeenkomstig het nationaal recht onverlet.