Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/118

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

2. Voor de toepassing van lid 1 worden, met name wanneer dat nodig is voor de goede werking van de interne markt, bij Europese wet of kaderwet maatregelen vastgesteld die het volgende beogen:

a. de wederzijdse erkenning tussen de lidstaten van rechterlijke beslissingen en van beslissingen in buitengerechtelijke zaken en de tenuitvoerlegging daarvan;

b. de grensoverschrijdende betekening en kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken;

c. de verenigbaarheid van de in de lidstaten geldende regels voor collisie en jurisdictiegeschillen;

d. samenwerking bij het vergaren van bewijsmiddelen;

e. daadwerkelijke toegang tot de rechter;

f. het wegnemen van de hindernissen voor de goede werking van burgerrechtelijke procedures, zo nodig door bevordering van de verenigbaarheid van de in de lidstaten geldende bepalingen inzake burgerlijke rechtsvordering;

g. de ontwikkeling van alternatieve methoden voor geschillenbeslechting;

h. de ondersteuning van de opleiding van magistraten en justitieel personeel.

3. In afwijking van lid 2, worden maatregelen betreffende het familierecht met grensoverschrijdende gevolgen bij Europese wet of kaderwet van de Raad vastgesteld. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.

De Raad kan op voorstel van de Commissie bij Europees besluit vaststellen ten aanzien van welke aspecten van het familierecht met grensoverschrijdende gevolgen handelingen volgens de gewone wetgevingsprocedure kunnen worden vastgesteld. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.


AFDELING 4
JUSTITIËLE SAMENWERKING IN STRAFZAKEN


Artikel III-270

1. De justitiële samenwerking in strafzaken in de Unie berust op het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke uitspraken en beslissingen en omvat de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten op de in lid 2 en in artikel III-271 genoemde gebieden.

Bij Europese wet of kaderwet worden maatregelen vastgesteld om:

a. regels en procedures vast te leggen waarmee alle soorten vonnissen en rechterlijke beslissingen overal in de Unie erkend worden;

b. jurisdictiegeschillen tussen de lidstaten te voorkomen en op te lossen;

c. de opleiding van magistraten en justitieel personeel te ondersteunen;