Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/12

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

– haar doelstellingen na te streven,

– haar belangen en de belangen van haar burgers en van haar lidstaten te dienen,

– de samenhang, de doeltreffendheid en de continuïteit van haar beleid en haar optreden te verzekeren.

Dit institutioneel kader omvat:

– het Europees Parlement,

– de Europese Raad,

– de Raad van Ministers, (hierna te noemen "de Raad"),

– de Europese Commissie, (hierna te noemen "de Commissie"),

– het Hof van Justitie van de Europese Unie.

2. Iedere instelling handelt binnen de grenzen van de bevoegdheden die haar in de Grondwet zijn toegedeeld en volgens de daarin bepaalde procedures en voorwaarden. De instellingen werken loyaal samen.


Artikel I-20
Het Europees Parlement

1. Het Europees Parlement oefent samen met de Raad de wetgevingstaak en de begrotingstaak uit. Het oefent onder de bij de Grondwet bepaalde voorwaarden politieke controle en adviserende taken uit. Het kiest de voorzitter van de Commissie.

2. Het Europees Parlement bestaat uit vertegenwoordigers van de burgers van de Unie. Hun aantal bedraagt niet meer dan zevenhonderdvijftig. De burgers zijn degressief evenredig vertegenwoordigd, met een minimum van zes leden per lidstaat. Geen enkele lidstaat krijgt meer dan zesennegentig zetels toegewezen.

De Europese Raad stelt met eenparigheid van stemmen op initiatief van en na goedkeuring door het Europees Parlement een Europees besluit inzake de samenstelling van het Europees Parlement vast, met inachtneming van de in de eerste alinea genoemde beginselen.

3. De leden van het Europees Parlement worden door middel van rechtstreekse, algemene, vrije en geheime verkiezingen voor een periode van vijf jaar gekozen.

4. Het Europees Parlement kiest uit zijn leden de voorzitter en het bureau.


Artikel I-21
De Europese Raad

1. De Europese Raad geeft de nodige impulsen voor de ontwikkeling van de Unie en bepaalt de algemene politieke beleidslijnen en prioriteiten. Hij oefent geen wetgevingstaak uit.