Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/140

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Artikel III-307

1. Onverminderd artikel III-344 volgt een Politiek en Veiligheidscomité de internationale situatie op de onder het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid vallende gebieden en draagt het bij tot de beleidsbepaling door op verzoek van de Raad, van de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie of eigener beweging adviezen aan de Raad uit te brengen. Onverminderd de bevoegdheden van de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie, ziet het comité er ook op toe dat het overeengekomen beleid wordt uitgevoerd.

2. In het kader van dit hoofdstuk is het Politiek en Veiligheidscomité onder verantwoordelijkheid van de Raad en de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie belast met de politieke controle en de strategische leiding van crisisbeheersingsoperaties als bedoeld in artikel III-309.

De Raad kan het comité voor het doel en voor de duur van een crisisbeheersingsoperatie, als bepaald door de Raad, machtigen passende maatregelen te nemen inzake de politieke controle en strategische aansturing van de operatie.


Artikel III-308

De uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid heeft geen gevolgen voor de toepassing van de procedures en de respectieve omvang van de bevoegdheden van de instellingen, waarin de Grondwet voorziet voor de uitoefening van de in de artikelen I-13 tot en met I-15, en I-17 bedoelde bevoegdheden van de Unie.

Evenmin heeft de uitvoering van de in deze artikelen bedoelde beleidsonderdelen gevolgen voor de procedures en de respectieve omvang van de bevoegdheden van de instellingen, waarin de Grondwet voorziet voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Unie op grond van dit hoofdstuk.


AFDELING 2
HET GEMEENSCHAPPELIJK VEILIGHEIDS- EN DEFENSIEBELEID


Artikel III-309

1. De in artikel I-41, lid 1, bedoelde missies, waarbij de Unie civiele en militaire middelen kan inzetten, omvatten gezamenlijke ontwapeningsacties, humanitaire en reddingsmissies, advies en bijstand op militair gebied, conflictpreventie en vredeshandhaving, missies van strijdkrachten met het oog op crisisbeheersing, daaronder begrepen vredestichting, alsmede stabiliseringsoperaties na afloop van conflicten. Al deze taken kunnen bijdragen tot de strijd tegen het terrorisme, ook door middel van steun aan derde landen om het terrorisme op hun grondgebied te bestrijden.