Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/143

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

4. Indien een deelnemende lidstaat niet langer aan de criteria voldoet of zich niet langer kan houden aan de verbintenissen als bedoeld in de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende permanente gestructureerde samenwerking, kan de Raad een Europees besluit tot schorsing van de deelneming van deze lidstaat vaststellen.

De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Aan de stemming wordt alleen deelgenomen door de leden van de Raad die de deelnemende lidstaten vertegenwoordigen, met uitzondering van de betrokken lidstaat. Onder gekwalificeerde meerderheid wordt verstaan ten minste 55% van de leden van de Raad die de deelnemende lidstaten vertegenwoordigen waarvan de bevolking ten minste 65% uitmaakt van de bevolking van deze staten.

Een blokkerende minderheid moet ten minste uit het minimumaantal leden van de Raad bestaan die meer dan 35% uitmaken van de bevolking van de deelnemende lidstaten, plus een lid; in het andere geval wordt de gekwalificeerde meerderheid van stemmen geacht te zijn verkregen.

5. Indien een lidstaat zijn deelneming aan de permanente gestructureerde samenwerking wenst te beëindigen, geeft hij daarvan kennis aan de Raad, die er akte van neemt dat de deelneming van de betrokken lidstaat afloopt.

6. Andere dan de in de leden 2 tot en met 5 bedoelde Europese besluiten en aanbevelingen van de Raad in het kader van de gestructureerde samenwerking worden met eenparigheid van stemmen vastgesteld. Voor de toepassing van dit lid wordt eenparigheid van stemmen alleen door de stemmen van de vertegenwoordigers van de deelnemende lidstaten gevormd.


AFDELING 3
FINANCIËLE BEPALINGEN


Artikel III-313

1. De administratieve uitgaven die voor de instellingen voortvloeien uit de uitvoering van dit hoofdstuk komen ten laste van de begroting van de Unie.

2. De beleidsuitgaven die uit de uitvoering van dit hoofdstuk voortvloeien, komen eveneens ten laste van de begroting van de Unie, behalve wanneer zij verband houden met operaties die consequenties hebben op militair of defensiegebied of met gevallen waarin de Raad anders besluit. Uitgaven die niet ten laste komen van de begroting van de Unie, komen ten laste van de lidstaten volgens de verdeelsleutel die gebaseerd is op het bruto nationaal product, tenzij de Raad anders besluit. Lidstaten waarvan de vertegenwoordiger in de Raad een formele