Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/152

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

3. In afwijking van artikel III-325 treft de Raad, wanneer de Unie met één of meer derde staten of internationale organisaties moet onderhandelen over overeenkomsten inzake aangelegenheden betreffende het monetaire of wisselkoersstelsel, op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, regelingen voor de onderhandelingen over en de sluiting van die overeenkomsten. Deze regelingen staan er borg voor dat de Unie één standpunt inneemt. De Commissie wordt ten volle bij de onderhandelingen betrokken.

4. Onverminderd de bevoegdheden en de overeenkomsten van de Unie op het gebied van de economische en monetaire unie, kunnen de lidstaten onderhandelingen voeren in internationale organen en overeenkomsten sluiten.

HOOFDSTUK VII
BETREKKINGEN VAN DE UNIE MET INTERNATIONALE ORGANISATIES EN DERDE LANDEN EN DELEGATIES VAN DE UNIE


Artikel III-327

1. De Unie brengt iedere dienstige samenwerking tot stand met de organen en de gespecialiseerde organisaties van de Verenigde Naties, de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.

De Unie onderhoudt voorts met andere internationale organisaties de betrekkingen die wenselijk worden geacht.

2. De minister van Buitenlandse Zaken van de Unie en de Commissie zijn belast met de uitvoering van het bepaalde in dit artikel.


Artikel III-328

1. De Unie wordt in derde landen en bij internationale organisaties vertegenwoordigd door de delegaties van Unie.

2. De delegaties van de Unie staan onder het gezag van de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie. Zij handelen in nauwe samenspraak met de diplomatieke en consulaire missies van de lidstaten.


HOOFDSTUK VIII
TOEPASSING VAN DE SOLIDARITEITSCLAUSULE


Artikel III-329

1. Een lidstaat die getroffen wordt door een terroristische aanval, een natuurramp of een door de mens veroorzaakte ramp, wordt op verzoek van zijn politieke autoriteiten door de andere lidstaten bijstand verleend. De lidstaten coördineren daartoe hun optreden in het kader van de Raad.