Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/154

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

raadpleging van de Commissie en na goedkeuring door de Raad. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen over regels en voorwaarden betreffende de belastingregeling voor leden of voormalige leden.


Artikel III-331

Bij Europese wet worden het statuut, en in het bijzonder de regels inzake de financiering, van de in artikel I-46, lid 4, bedoelde Europese politieke partijen vastgesteld.


Artikel III-332

Het Europees Parlement kan bij meerderheid van zijn leden de Commissie verzoeken passende voorstellen in te dienen inzake aangelegenheden die naar het oordeel van het Europees Parlement een handeling van de Unie voor de uitvoering van de Grondwet vergen. Indien de Commissie geen voorstel indient, deelt zij de redenen daarvoor aan het Europees Parlement mee.


Artikel III-333

Het Europees Parlement kan in het kader van de vervulling van zijn taken op verzoek van eenvierde van zijn leden een tijdelijke enquêtecommissie instellen die, onverminderd de in de Grondwet aan andere instellingen of organen toegedeelde bevoegdheden, beweringen inzake inbreuken op het recht van de Unie of wanbeheer bij de toepassing van het recht van de Unie onderzoekt, behalve wanneer de beweerde feiten het voorwerp uitmaken van een gerechtelijke procedure die nog niet is voltooid.

De tijdelijke enquêtecommissie houdt op te bestaan wanneer zij haar verslag indient.

Bij Europese wet van het Europees Parlement wordt de uitoefening van het enquêterecht nader geregeld. Het Europees Parlement besluit op eigen initiatief, na goedkeuring door de Raad en door de Commissie.


Artikel III-334

Iedere burger van de Unie, alsmede iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat heeft, overeenkomstig artikel I-10, lid 2, onder d, het recht om individueel of samen met andere personen een verzoekschrift bij het Europees Parlement in te dienen betreffende een onderwerp dat tot het werkterrein van de Unie behoort en dat hem rechtstreeks aangaat.


Artikel III-335

1. Het Europees Parlement kiest de Europese ombudsman. Overeenkomstig artikel I-10, lid 2,onder d, en artikel I-49 is deze bevoegd kennis te nemen van klachten van burgers van de Unie of van natuurlijke