2. De president van de Europese Centrale Bank wordt uitgenodigd om aan de vergaderingen van de Raad deel te nemen wanneer deze aangelegenheden bespreekt met betrekking tot de doelstellingen en de taken van het Europees Stelsel van Centrale Banken.
3. De Europese Centrale Bank stelt voor het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad en de Commissie een jaarverslag op over de werkzaamheden van het Europees Stelsel van Centrale Banken en over het monetair beleid in het afgelopen jaar en het lopende jaar. De president van de Europese Centrale Bank legt dit verslag voor aan het Europees Parlement, dat op die basis een algemeen debat kan houden, en aan de Raad.
De president van de Europese Centrale Bank en de overige leden van de directie kunnen op verzoek van het Europees Parlement of op eigen initiatief worden gehoord door de bevoegde organen van het Parlement.
Onderafdeling 7
Rekenkamer
Artikel III-384
1. De Rekenkamer onderzoekt de rekeningen van alle ontvangsten en uitgaven van de Unie. Zij onderzoekt tevens de rekeningen van alle ontvangsten en uitgaven van alle door de Unie ingestelde organen en instanties, voorzover de handeling tot instelling van het betrokken orgaan of de betrokken instantie dit onderzoek niet uitsluit.
De Rekenkamer legt het Europees Parlement en de Raad een verklaring voor waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en de regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, die in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt. Aan die verklaring kunnen specifieke beoordelingen worden toegevoegd voor ieder belangrijk werkterrein van de Unie.
2. De Rekenkamer onderzoekt de wettigheid en de regelmatigheid van de ontvangsten en uitgaven en gaat tevens na of een goed financieel beheer wordt gevoerd. Hierbij brengt zij in het bijzonder verslag uit over onregelmatigheden.
De controle van de ontvangsten geschiedt aan de hand van de als verschuldigd vastgestelde bedragen en van de stortingen van ontvangsten aan de Unie.
De controle van de uitgaven geschiedt aan de hand van de betalingsverplichtingen en van de betalingen.
Deze controles kunnen plaatsvinden vóór de afsluiting van de rekeningen van het betrokken begrotingsjaar.
3. De controle geschiedt aan de hand van stukken, en, zo nodig, ter plaatse bij de overige instellingen, alsook in de gebouwen van alle organen en instanties die ontvangsten of uitgaven namens de Unie beheren,