TITEL II
SAMENWERKING TUSSEN DE PARLEMENTEN
Artikel 9
Het Europees Parlement en de nationale parlementen bepalen samen hoe binnen de Unie een efficiënte en regelmatige samenwerking tussen de verschillende parlementen kan worden georganiseerd en gestimuleerd.
Artikel 10
Een conferentie van de organen van de nationale parlementen die gespecialiseerd zijn in de aangelegenheden van de Unie kan iedere door haar passend geachte bijdrage ter attentie van het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie leveren. Deze conferentie bevordert voorts de uitwisseling van informatie en beste praktijken tussen de parlementen en het Europees Parlement, alsook tussen hun respectieve gespecialiseerde commissies. Zij kan ook interparlementaire conferenties over specifieke onderwerpen organiseren, met name om vraagstukken op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, waaronder het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, te bespreken. De bijdragen van de conferentie binden de nationale parlementen niet en laten hun standpunt onverlet.
2. Protocol betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid
De Hoge Verdragsluitende Partijen,
Geleid door de wens ervoor te zorgen dat besluiten zo dicht mogelijk bij de burgers van de Unie worden genomen;
Vastbesloten de voorwaarden vast te stellen voor de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid van artikel I-11 van de Grondwet en een systeem in te stellen voor toezicht op de toepassing van deze beginselen;
Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen, die aan het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa worden gehecht:
Artikel 1
Iedere instelling draagt er voortdurend zorg voor dat de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid van artikel I-11 van de Grondwet in acht worden genomen.