Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/207

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen


Artikel 1

Het Hof van Justitie van de Europese Unie wordt samengesteld en oefent zijn functies uit overeenkomstig de Grondwet, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EGAVerdrag) en dit statuut.


TITEL I
STATUS VAN DE RECHTERS EN VAN DE ADVOCATEN-GENERAAL


Artikel 2

Alvorens zijn ambt te aanvaarden, moet iedere rechter voor het Hof van Justitie in openbare zitting bijeen, de eed afleggen, dat hij zijn functie zal uitoefenen in volkomen onpartijdigheid en geheel overeenkomstig zijn geweten en dat hij niets van het geheim der beraadslagingen openbaar zal maken.


Artikel 3

De rechters zijn vrijgesteld van rechtsvervolging. Met betrekking tot hetgeen zij in hun officiële hoedanigheid hebben gedaan, gezegd of geschreven, blijven zij deze immuniteit genieten ook nadat zij hun ambt hebben neergelegd.

Het Hof van Justitie kan, in voltallige zitting, de immuniteit opheffen. Wanneer de beslissing betrekking heeft op een lid van het Gerecht of van een gespecialiseerde rechtbank, beslist het Hof na raadpleging van het betrokken rechtscollege.

Ingeval tegen een rechter wiens immuniteit is opgeheven, een strafvervolging wordt ingesteld, kan hij in elk der lidstaten slechts worden berecht door de instantie die bevoegd is tot berechting van de leden van het hoogste nationale rechterlijke college.

De artikelen 11 tot en met 14 en artikel 17 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Unie zijn van toepassing op de rechters, de advocaten-generaal, de griffiers en de toegevoegde rapporteurs van het Hof van Justitie van de Europese Unie, onverminderd de bepalingen van de eerste, de tweede en de derde alinea van dit artikel nopens de vrijstelling van rechtsvervolging van de rechters.


Artikel 4

De rechters mogen geen politieke functie of bestuursambt uitoefenen. Zij mogen geen al dan niet bezoldigde beroepswerkzaamheid verrichten, tenzij van deze bepaling krachtens een bij gewone meerderheid vastgesteld Europees besluit van de Raad bij uitzondering afwijking is toegestaan.