Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/223

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

pleging van de Commissie en het Europees Parlement, of op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Hof van Justitie en het Europees Parlement.

Zolang die bepalingen niet zijn vastgesteld, zijn de bepalingen van het reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie en die van het reglement voor de procesvoering van het Gerecht inzake de talenregeling van toepassing. In afwijking van het bepaalde in de artikelen III-355 en III-356 van de Grondwet, moet iedere wijziging of intrekking van die bepalingen door de Raad met eenparigheid van stemmen worden goedgekeurd.


Artikel 65

1. In afwijking van artikel IV-437 van de Grondwet blijven wijzigingen van het Protocol betreffende het statuut van het Hof van Justitie, dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie, aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en aan het EGAVerdrag, die na de ondertekening en voor de inwerkingtreding van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa worden vastgesteld, van kracht.

2. De in lid 1 bedoelde wijzigingen worden in het corpus van dit statuut opgenomen door een officiële codificatie door middel van een Europese wet van de Raad, die op verzoek van het Hof van Justitie wordt vastgesteld. Wanneer die Europese wet houdende codificatie in werking treedt, vervalt dit artikel.



4. Protocol tot vaststelling van het statuut van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank

De Hoge Verdragsluitende Partijen,

Geleid door de wens het statuut van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank, bedoeld in de artikelen I-30 en III-187, lid 2, van de Grondwet, vast te stellen,

Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen, die aan het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa worden gehecht:


HOOFDSTUK I
EUROPEES STELSEL VAN CENTRALE BANKEN


Artikel 1
Europees Stelsel van Centrale Banken

1. Overeenkomstig artikel I-30, lid 1, van de Grondwet vormen de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken het Europees