Artikel 19
Minimumreserves
1. Behoudens artikel 2 kan de Europese Centrale Bank eisen dat in de lidstaten gevestigde kredietinstellingen, met het oog op de doelstellingen van het monetair beleid, bij de Europese Centrale Bank en nationale centrale banken bepaalde minimumreserves aanhouden. De Raad van bestuur kan voorschriften omtrent de berekening en vaststelling van het vereiste bedrag vaststellen. Indien aan deze voorschriften niet wordt voldaan, is de Europese Centrale Bank gerechtigd boeterente te heffen en andere sancties met een vergelijkbaar effect op te leggen.
2. Voor de toepassing van dit artikel stelt de Raad volgens de procedure van artikel 41 de grondslag voor de minimumreserves en de maximaal toelaatbare ratio's tussen die reserves en hun grondslag vast, alsook passende sancties bij niet-naleving.
Artikel 20
Andere instrumenten van monetair beleid
De Raad van bestuur kan, bij meerderheid van tweederde van de uitgebrachte stemmen, met inachtneming van artikel 2 besluiten tot het gebruik van alle andere door hem passend geachte instrumenten van monetair beleid.
Indien die instrumenten verplichtingen voor derden meebrengen stelt de Raad, volgens de procedure van artikel 41, de reikwijdte ervan vast.
Artikel 21
Transacties met openbare lichamen
1. Overeenkomstig artikel III-181 van de Grondwet is het de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken verboden voorschotten in rekening-courant of andere kredietfaciliteiten te verlenen aan instellingen, organen of instanties van de Unie, centrale overheden, regionale, lokale of andere overheden, overheidsinstanties, andere publiekrechtelijke lichamen of openbare bedrijven van de lidstaten. Ook het rechtstreeks van hen kopen van schuldbewijzen door de Europese Centrale Bank of de nationale centrale banken is verboden.
2. De Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken mogen optreden als "fiscal agent" voor de in lid 1 bedoelde lichamen.
3. Dit artikel is niet van toepassing op kredietinstellingen die in handen van de overheid zijn en waaraan in het kader van de liquiditeitsvoorziening door de centrale banken dezelfde behandeling door de nationale centrale banken en de Europese Centrale Bank wordt gegeven als aan particuliere kredietinstellingen.