Artikel 28
Kapitaal van de Europese Centrale Bank
1. Het kapitaal van de Europese Centrale Bank bedraagt 5 miljard euro. Het kapitaal kan in voorkomend geval worden verhoogd bij Europees besluit van de Raad van bestuur, die besluit met de gekwalificeerde meerderheid van stemmen die is voorgeschreven in artikel 10, lid 3, binnen de grenzen en onder de voorwaarden die door de Raad volgens de procedure van artikel 41 worden vastgesteld.
2. Alleen de nationale centrale banken zijn gerechtigd op het kapitaal van de Europese Centrale Bank in te schrijven en aandeelhouder van de Europese Centrale Bank te zijn. De inschrijving op het kapitaal geschiedt volgens de overeenkomstig artikel 29 vastgestelde verdeelsleutel.
3. De Raad van bestuur bepaalt met de in artikel 10, lid 3, voorgeschreven gekwalificeerde meerderheid van stemmen in hoeverre en in welke vorm het kapitaal moet worden gestort.
4. Onder voorbehoud van artikel 28, lid 5, mogen de aandelen van de nationale centrale banken in het geplaatste kapitaal van de Europese Centrale Bank niet worden overgedragen, verpand of in beslag genomen.
5. Indien de in artikel 29 genoemde verdeelsleutel wordt aangepast, dragen de nationale centrale banken onderling aandelen in het kapitaal over in die mate dat de verdeling van de aandelen overeenkomt met de aangepaste sleutel. De Raad van bestuur stelt de modaliteiten en voorwaarden voor een dergelijke overdracht vast.
Artikel 29
Verdeelsleutel voor de inschrijving op het kapitaal
1. De verdeelsleutel voor de inschrijving op het kapitaal van de Europese Centrale Bank, die voor het eerst is vastgesteld in 1998, bij de oprichting van het Europees Stelsel van Centrale Banken, wordt vastgesteld door aan elke nationale centrale bank een weging in deze sleutel toe te kennen die gelijk is aan de som van:
- — 50% van het aandeel van de bevolking van de lidstaat in kwestie in de bevolking van de Unie tijdens het voorlaatste jaar voorafgaand aan de oprichting van het Europees Stelsel van Centrale Banken;
- — 50% van het aandeel van het bruto binnenlands product van de lidstaat in kwestie in het bruto binnenlands product van de Unie tegen marktprijzen, als vastgesteld tijdens de vijf jaar voorafgaande aan het voorlaatste jaar vóór de oprichting van het Europees Stelsel van Centrale Banken.
De percentages worden naar onder of naar boven afgerond op het kleinste veelvoud van 0,0001% .