weging van de nationale centrale banken die reeds deel uitmaken van het Europees Stelsel van Centrale Banken anderzijds. De weging van elke nationale centrale bank in de verdeelsleutel wordt berekend naar analogie van artikel 29, lid 1, en in overeenstemming met artikel 29, lid 2. De referentieperioden voor de statistische gegevens zijn dezelfde als die welke zijn toegepast voor de laatste vijfjaarlijkse aanpassing van de wegingen krachtens artikel 29, lid 3.
Artikel 49
Afwijking van artikel 32
1. Wanneer de Raad van bestuur na de aanvang van de derde fase besluit dat de toepassing van artikel 32 resulteert in aanzienlijke wijzigingen in de relatieve inkomensposities van de nationale centrale banken, wordt het bedrag aan inkomsten dat ingevolge artikel 32 moet worden toegedeeld, verminderd met een uniform percentage, dat in het eerste boekjaar na de aanvang van de derde fase niet meer dan 60 mag bedragen, en dat in elk volgend boekjaar met ten minste 12 procentpunten afneemt.
2. Lid 1, is niet langer van toepassing dan vijf boekjaren na de aanvang van de derde fase.
Artikel 50
Inwisseling van bankbiljetten in de valuta's van de lidstaten
Na de onherroepelijke vaststelling van de wisselkoersen overeenkomstig artikel III-198, lid 3, van de Grondwet treft de Raad van bestuur de noodzakelijke maatregelen om te verzekeren dat bankbiljetten luidende in valuta's van de lidstaten met onherroepelijk vastgestelde wisselkoersen door de nationale centrale banken worden ingewisseld tegen hun respectieve pari-waarden.
Artikel 51
Toepasselijkheid van de overgangsbepalingen
Indien en zolang er lidstaten zijn die onder een derogatie vallen, zijn de artikelen 42 tot en met 47 van toepassing.
5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de Europese Investeringsbank
De Hoge Verdragsluitende partijen,