Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/257

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

5. Wanneer de directie een afwijzend advies uitbrengt, kan de Raad van bewind de betrokken financiering alleen verstrekken door met eenparigheid van stemmen te besluiten.

6. Wanneer de Commissie een afwijzend advies uitbrengt, kan de Raad van bewind de betrokken financiering alleen verstrekken door met eenparigheid van stemmen te besluiten; daarbij onthoudt de bewindvoerder die op aanwijzing van de Commissie is benoemd, zich van stemming.

7. Ingeval zowel de directie als de Commissie een afwijzend advies uitbrengt, mag de Raad van bewind de betrokken financiering niet verstrekken.

8. Indien de bescherming van de rechten en belangen van de Bank een herschikking van een financieringsverrichting met betrekking tot goedgekeurde investeringen rechtvaardigt, neemt de directie onverwijld de urgentiemaatregelen die zij nodig acht en legt deze onverwijld voor aan de Raad van bewind.


Artikel 20

1. De Bank neemt op de kapitaalmarkten de middelen op die voor de vervulling van haar taak noodzakelijk zijn.

2. De Bank kan op de kapitaalmarkt van de lidstaten leningen opnemen in het kader van de voor deze markten geldende wettelijke voorschriften.

De bevoegde instanties van een lidstaat die onder een derogatie valt in de zin van artikel III-197, lid 1, van de Grondwet kunnen zich slechts hiertegen verzetten, indien ernstige storingen op de kapitaalmarkt van die staat te vrezen zijn.


Artikel 21

1. De Bank kan de beschikbare middelen welke zij niet onmiddellijk nodig heeft om aan haar verplichtingen te voldoen, op de volgende wijze aanwenden:

a. zij kan deze op de geldmarkten uitzetten;

b. met inachtneming van de bepalingen van artikel 18, lid 2, kan zij effecten kopen of verkopen,

c. zij kan elke andere financiële handeling verrichten die met haar doel verband houdt.

2. Onverminderd de bepalingen van artikel 23, verricht de Bank bij het beheer over de door haar uitgezette middelen geen deviezenarbitrage die niet rechtstreeks noodzakelijk is voor de verwezenlijking van door haar te verstrekken leningen of voor de nakoming van de verplichtingen die zij wegens door haar aangegane leningen of verstrekte garanties op zich heeft genomen.