Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/292

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen


AFDELING 3
BEPALINGEN BETREFFENDE OVERGANGSMAATREGELEN


Artikel 54

De besluiten die worden genoemd in de punten VII.B.I. VII.D.1. VII.D.2.c, IX.2.b, c, f, g, h, i, j, l, m, n, x, y, z en aa. X.a, b en c van bijlage XV[1] van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden zijn ten aanzien van Oostenrijk. Finland en Zweden van toepassing zoals in die bijlage is bepaald.

Ten aanzien van punt IX.2.x van de in de eerste alinea bedoelde bijlage XV geldt dat de verwijzing naar de artikelen 90 en 91 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap beschouwd moet worden als een verwijzing naar artikel III-170, leden 1 en 2, van de Grondwet.


AFDELING 4
BEPALINGEN BETREFFENDE DE TOEPASBAARHEID VAN BEPAALDE HANDELINGEN


Artikel 55

1. De individuele vrijstellingsbeschikkingen en beschikkingen waarin geen vrijstelling wordt verleend, die vóór 1 januari 1995 krachtens artikel 53 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER) of artikel 1 van Protocol nr. 25 bij die Overeenkomst zijn vastgesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) of door de Commissie en die betrekking hebben op gevallen die ingevolge de toetreding onder artikel 81 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vallen, blijven ter fine van artikel III-161 van de Grondwet van kracht tot de in die beschikkingen vermelde datum of totdat de Commissie overeenkomstig het Unierecht een met redenen omkleed Europees besluit neemt.

2. De door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA vóór 1 januari 1995 krachtens artikel 61 van de EER-Overeenkomst vastgestelde beschikkingen die ingevolge de toetreding onder artikel 87 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vallen, blijven ter fine van artikel III-167 van de Grondwet van kracht, tenzij de Commissie bij Europees besluit op grond van artikel III-168 van de Grondwet anders besluit. Het bepaalde in dit lid geldt niet voor beschikkingen die onder de procedure van artikel 64 van de EER-Overeenkomst vallen.

3. Onverminderd de leden 1 en 2 blijven beschikkingen van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA na 1 januari 1995 van toepassing,

  1. PB C 241 van 29.8.1994, blz. 322.