Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/304

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

in andere overeenkomsten die voor 1 mei 2004 door de huidige lidstaten, gezamenlijk met de Gemeenschap, zijn gesloten.

Eventuele aanpassingen van die overeenkomsten zullen het onderwerp vormen van met de mede-overeenkomstsluitende landen te sluiten protocollen overeenkomstig lid 1, tweede alinea. Indien de protocollen niet zijn gesloten op 1 mei 2004, nemen de Unie, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de lidstaten, in het kader van hun respectieve bevoegdheden, de nodige maatregelen om die situatie te verhelpen.

5. Met ingang van 1 mei 2004 passen de nieuwe lidstaten de door de Gemeenschap met derde landen gesloten bilaterale textielovereenkomsten en -regelingen toe.

De door de Unie toegepaste kwantitatieve beperkingen op de invoer van textielproducten en kleding worden aangepast om rekening te houden met de toetreding van de nieuwe lidstaten.

Indien de wijzigingen van de bilaterale textielovereenkomsten en -regelingen nog niet in werking zijn getreden op 1 mei 2004, brengt de Unie in haar regels voor de invoer van textielproducten en kleding uit derde landen de aanpassingen aan die nodig zijn om rekening te houden met de toetreding van de nieuwe lidstaten.

6. De door de Unie toegepaste kwantitatieve beperkingen op de invoer van staal en staalproducten worden aangepast op basis van de invoer van de nieuwe lidstaten van staalproducten van oorsprong uit de betrokken leverancierlanden over de onmiddellijk aan de ondertekening van het Toetredingsverdrag voorafgaande jaren.

7. Visserijovereenkomsten die vóór 1 mei 2004 door de nieuwe lidstaten met derde landen zijn gesloten, worden beheerd door de Unie. De rechten en plichten die voor de nieuwe lidstaten uit deze overeenkomsten voortvloeien, blijven onverlet gedurende een periode waarin de bepalingen van deze overeenkomsten voorlopig worden gehandhaafd.

Zo spoedig mogelijk, en in ieder geval vóór het verstrijken van de in de eerste alinea bedoelde overeenkomsten, stelt de Raad, per geval, op voorstel van de Commissie, de passende Europese besluiten vast voor de voortzetting van de visserijactiviteiten die het onderwerp van die overeenkomsten vormen, met inbegrip van de mogelijkheid om bepaalde overeenkomsten met ten hoogste één jaar te verlengen.

8. Met ingang van 1 mei 2004 zeggen de nieuwe lidstaten elke vrijhandelsovereenkomst met derde landen, inclusief de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst, op.

Voorzover de overeenkomsten tussen één of meer nieuwe lidstaten enerzijds, en één of meer derde landen anderzijds, niet verenigbaar zijn met de verplichtingen die voortvloeien uit de Grondwet, en met name uit dit Protocol, worden door de nieuwe lidstaat of nieuwe lidstaten alle passende maatregelen genomen om geconstateerde onverenigbaarheden weg te werken. Indien een nieuwe lidstaat moeilijkheden ondervindt om