Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/309

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen


Artikel 20

1. De hieronder vermelde nieuwe lidstaten betalen de volgende bijdragen aan het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal bedoeld in Besluit 2002/234/EGKS van de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 27 februari 2002 betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKSVerdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal[1]:

(miljoen euro–

huidige prijzen

Tsjechische Republiek 39,88
Estland 2,5
Letland 2,69
Hongarije 9,93
Polen 92,46
Slovenië 2,36
Slowakije 20,11.


2. De bijdragen aan het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal worden in vier keer betaald, te beginnen in 2006, volgens het onderstaande schema, steeds op de eerste werkdag van de eerste maand van elk jaar:

2006: 15%
2007: 20%
2008: 30%
2009: 35%.


{c{|Artikel 21}}

1. Voorzover in dit Protocol niet anders is bepaald, worden na 31 december 2003 geen financiële verbintenissen aangegaan ten behoeve van de nieuwe lidstaten uit hoofde van het Phare-programma[2], het programma voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van het Phare-programma[3], de pretoetredingsinstrumenten voor Cyprus en Malta[4], het ISPA-programma[5] en het Sapard-programma[6]. De nieuwe lidstaten krijgen met ingang van 1 januari 2004 dezelfde behandeling als

  1. PB I.79 van 22.3.2002, blz. 42.
  2. Verordening (EEG) nr. 3906/89 (PB L 375 van 23.12.1989, blz. 11).
  3. Verordening (EG) nr. 2760/98 (PB L 345 van 19.12.1998, blz. 49).
  4. Verordening (EG) nr. 555/2000 (PB L 68 van 16.3.2000, blz. 3).
  5. Verordening (EG) nr. 1267/1999 (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 73).
  6. Verordening (EG) nr. 1268/1999 (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 87).