Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/312

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

aan 1 mei 2004 voorafgaat. De gunning voor de acties uit hoofde van deze programma's dient binnen de twee volgende jaren plaats te vinden; de betalingen worden verricht zoals in het financieringsmemorandum[1] is vastgesteld, normaliter tegen het einde van het derde jaar nadat de betalingsverplichting is aangegaan. Er worden geen verlengingen toegestaan voor de termijn van de gunning. Bij wijze van uitzondering en in naar behoren gemotiveerde gevallen, is een beperkte verlenging van de termijnen mogelijk voor de betalingen.

4. Om te zorgen voor de noodzakelijke geleidelijke beëindiging van de in lid 1 bedoelde financiële instrumenten voor de pretoetredingssteun en van het ISPA-programma[2], alsmede voor een vlotte overgang tussen de regels die voor, respectievelijk na 1 mei 2004 gelden, kan de Commissie alle passende maatregelen treffen om in de nieuwe lidstaten het nodige wettelijk vereiste personeel te handhaven gedurende een periode van maximaal 15 maanden na 1 mei 2004.

Tijdens die periode genieten de ambtenaren die in de nieuwe lidstaten voor 1 mei 2004 gedetacheerd waren en die in die lidstaten verplicht in dienst blijven na die datum bij wijze van uitzondering dezelfde financiële en materiële voorwaarden als die welke door de Commissie vóór 1 mei 2004 werden toegepast overeenkomstig bijlage X van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Gemeenschappen zoals die zijn vastgesteld bij Verordening (EEG. Euratom. EGKS) nr. 259/68[3]. De administratieve uitgaven, met inbegrip van de salarissen van andere personeelsleden, die nodig zijn voor het beheer van de pretoetredingssteun, worden tijdens het gehele jaar 2004 en tot eind juli 2005 gefinancierd ten laste van de begrotingspost "ondersteuningsuitgaven voor acties" (het vroegere deel B van de begroting) of ten laste van overeenkomstige begrotingsposten voor de in lid 1 bedoelde instrumenten, alsmede het ISPA-programma, van de desbetreffende pretoetredingsbegrotingen.

5. Wanneer krachtens Verordening (EG) nr. 1258/1999 goedgekeurde projecten niet langer uit hoofde van dat instrument kunnen worden gefinancierd, kunnen zij worden geïntegreerd in de programmering inzake plattelandsontwikkeling en gefinancierd door het Europees Oriëntatieen Garantiefonds voor de Landbouw. Indien in dit verband specifieke overgangsmaatregelen nodig zijn, worden deze door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 50, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de fondsen met structurele strekking[4].

  1. Phare-richtsnoeren (SEC(1999) 1596, bijgewerkt op 6.9.2002 bij C3303/2)
  2. Verordening (EG) nr. 1267/99 (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 73).
  3. PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1.
  4. PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1.