Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/320

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

TWEEDE DEEL
BEPALINGEN BETREFFENDE DE PROTOCOLLEN DIE ZIJN GEHECHT AAN DE AKTE VAN TOETREDING VAN 16 APRIL 2003


TITEL I
OVERGANGSBEPALINGEN BETREFFENDE DE EUROPESE INVESTERINGSBANK


Artikel 38

Het Koninkrijk Spanje stort het bedrag van 309 686 775 euro, als aandeel in het kapitaal gestort voor de verhoging van het geplaatste kapitaal. Deze bijdrage wordt gestort in acht gelijke termijnen die vervallen op 30 september 2004, 30 september 2005, 30 september 2006, 31 maart 2007, 30 september 2007, 31 maart 2008, 30 september 2008 en 31 maart 2009.

Het Koninkrijk Spanje draagt in acht gelijke termijnen die vervallen op de bovengenoemde data bij tot de reserves en de met reserves gelijk te stellen voorzieningen, alsmede tot het nog naar de reserves en voorzieningen over te boeken bedrag, bevattende het saldo van de verlies- en winstrekening, zoals deze aan het einde van de maand april 2004 zijn vastgesteld en in de balans van de Bank voorkomen, door storting van bedragen die overeenkomen met 4,1292% van de reserves en voorzieningen.


Artikel 39

Vanaf 1 mei 2004 storten de nieuwe lidstaten de volgende bedragen overeenkomende met hun aandeel in het kapitaal gestort voor het geplaatste kapitaal als gedefinieerd in artikel 4 van het statuut van de Europese Investeringsbank:




Polen EUR 170 563 175
Tsjechische Republiek EUR 62 939 275
Hongarije EUR 59 543 425
Slowakije EUR 21 424 525
Slovenië EUR 19 890 750
Litouwen EUR 12 480 875
Cyprus EUR 9 169 100
Letland EUR 7 616 750
Estland EUR 5 882 000
Malta EUR 3 490 200.