| EG-Verdrag | Grondwet |
| (Derde deel) Titel III | Deel III, titel III, hoofdstuk I, afdelingen 2 en 4 |
| (Derde deel) Titel VI. Hoofdstuk 1 | Deel III, titel III, hoofdstuk I, afdeling 5 |
| Artikel 31 | Artikel III-155 |
| Artikel 39 | Artikel III-133 |
| Artikel 49 | Artikel III-144 |
| Artikel 58 | Artikel III-158 |
| Artikel 87 | Artikel III-167 |
| Artikel 88 | Artikel III-168 |
| Artikel 226 | Artikel III-360 |
| Bijlage I | Bijlage I |
5. Wanneer in de in artikel 73 van dit Protocol bedoelde bijlagen is bepaald dat de Raad of de Commissie rechtshandelingen vaststellen, nemen deze handelingen de vorm aan van Europese verordeningen of Europese besluiten.
10. Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten
De Hoge Verdragsluitende Partijen,
Geleid door de wens nadere bepalingen vast te stellen voor de procedure bij de in artikel III-184 van de Grondwet bedoelde buitensporige tekorten,
Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen, die aan het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa worden gehecht:
Artikel 1
De in artikel III-184, lid 2, van de Grondwet bedoelde referentiewaarden zijn:
a. 3 % voor de ratio tussen het voorziene of feitelijke overheidstekort en het bruto binnenlands product tegen marktprijzen;
b. 60 % voor de ratio tussen de overheidsschuld en het bruto binnenlands product tegen marktprijzen.