Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/347

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen


Artikel 6

De Raad stelt op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement, de Europese Centrale Bank, en het Economisch en Financieel Comité bedoeld in artikel III-192 van de Grondwet, met eenparigheid van stemmen de passende bepalingen vast betreffende de nadere regels voor de in artikel III-198 van de Grondwet bedoelde convergentiecriteria, die dan in de plaats van dit Protocol komen.




12. Protocol betreffende de eurogroep

De Hoge Verdragsluitende Partijen,

Verlangend de voorwaarden voor een sterkere economische groei in de Europese Unie te bevorderen en daartoe een steeds nauwere coördinatie van het economisch beleid in de eurozone te ontwikkelen,

Zich ervan bewust dat er bijzondere bepalingen voor een versterkte dialoog tussen de staten die de euro als munt hebben, moeten worden vastgesteld, in afwachting dat de euro de munt van alle lidstaten van de Unie wordt,

Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen, die aan het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa worden gehecht:


Artikel 1

De ministers van de lidstaten die de euro als munt hebben vergaderen in informeel verband. De vergaderingen worden, voorzover nodig, gehouden om van gedachten te wisselen over aangelegenheden die verband houden met de specifieke bevoegdheden van de ministers inzake de ene munt. De Commissie neemt deel, en de Europese Centrale Bank wordt uitgenodigd deel te nemen, aan deze vergaderingen, die worden voorbereid door de vertegenwoordigers van de ministers van Financiën van de lidstaten die de euro als munt hebben en de Europese Commissie.


Artikel 2

De ministers van de lidstaten die de euro als munt hebben, kiezen met een meerderheid van die lidstaten een voorzitter voor de duur van tweeëneenhalf jaar.




13. Protocol betreffende enkele bepalingen met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland ten aanzien van de Economische en Monetaire Unie

De Hoge Verdragsluitende Partijen,