Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/349

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen


Artikel 5

Het Verenigd Koninkrijk streeft ernaar een buitensporig overheidstekort te voorkomen.

Artikel III-192, lid 4, en artikel III-200 van de Grondwet zijn van toepassing op het Verenigd Koninkrijk alsof het Verenigd Koninkrijk onder derogatie viel. De artikelen III-201 en III-202 van de Grondwet blijven van toepassing op het Verenigd Koninkrijk.


Artikel 6

Het stemrecht van het Verenigd Koninkrijk wordt geschorst wanneer de Raad maatregelen als bedoeld in de in artikel 4 genoemde artikelen vaststelt en in de in artikel III-197, lid 4, eerste alinea, van de Grondwet bedoelde gevallen. Daartoe is artikel III-197, lid 4, tweede en derde alinea, van de Grondwet van toepassing.

Het Verenigd Koninkrijk heeft ook geen recht om deel te nemen aan de benoeming van de president, de vice-president en de overige leden van de directie van de Europese Centrale Bank overeenkomstig artikel III-382, lid 2, tweede, derde en vierde alinea, van de Grondwet.


Artikel 7

De artikelen 3, 4, 6 en 7, artikel 9, lid 2, artikel 10, leden 1, 2 en 3, artikel 11, lid 2, artikel 12, lid 1, de artikelen 14, 16, 18, 19, 20, 22, 23, 26, 27, 30, 31, 32, 33, 34 en 50 van het Protocol tot vaststelling van het statuut van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank ("het statuut") zijn niet van toepassing op het Verenigd Koninkrijk.

Verwijzingen in die artikelen naar de Unie of de lidstaten betreffen niet het Verenigd Koninkrijk en verwijzingen naar de nationale centrale banken of aandeelhouders betreffen niet de Bank of England.

De verwijzingen in artikel 10, lid 3, en artikel 30, lid 2, van het statuut naar het geplaatste kapitaal van de Europese Centrale Bank omvatten niet het kapitaal waarop door de Bank of England is ingeschreven.


Artikel 8

Artikel III-199 van de Grondwet en de artikelen 43 tot en met 47 van het statuut zijn van toepassing, ongeacht of een lidstaat onder een derogatie valt, behoudens de volgende wijzigingen:

a. verwijzingen in artikel 43 van het statuut naar de taken van de Europese Centrale Bank en het Europees Monetair Instituut omvatten mede de taken die na de invoering van de euro nog vervuld moeten worden vanwege het besluit van het Verenigd Koninkrijk om de euro niet in te voeren.

b. naast de in artikel 46 van het statuut bedoelde taken geeft de Europese Centrale Bank ook advies met betrekking tot en draagt zij bij tot