Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/355

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Noorwegen anderzijds, op de gebieden van het Schengenacquis die op deze staten van toepassing zijn.


Artikel 7

Voor de onderhandelingen met het oog op de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Unie worden het Schengen acquis en de verdere maatregelen die de Instellingen binnen de werkingssfeer van dat acquis vaststellen, beschouwd als een acquis dat door alle staten die kandidaat zijn voor toetreding volledig moet worden aanvaard.




18. Protocol betreffende de toepassing van bepaalde aspecten van artikel III-130 van de Grondwet op het Verenigd Koninkrijk en Ierland

De Hoge Verdragsluitende Partijen,

Geleid door de wens bepaalde vraagstukken met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk en Ierland te regelen;

Gelet op het feit dat tussen het Verenigd Koninkrijk en Ierland al sedert vele jaren bijzondere reisregelingen bestaan;

Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen, die aan het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa worden gehecht:


Artikel 1

Niettegenstaande de artikelen III-130 en III-265 van de Grondwet, de andere bepalingen van de Grondwet, de uit hoofde daarvan vastgestelde maatregelen en de internationale overeenkomsten die door de Unie of door de Unie en haar lidstaten met één of meer derde landen zijn gesloten, heeft het Verenigd Koninkrijk het recht aan zijn grenzen met andere lidstaten ten aanzien van personen die het Verenigd Koninkrijk wensen binnen te komen de controles te verrichten die het nodig acht om:

a. het recht op binnenkomst in het Verenigd Koninkrijk te verifiëren van burgers van lidstaten en hun gezinsleden die bij het recht van de Unie verleende rechten uitoefenen, alsmede van burgers van andere staten aan wie dergelijke rechten zijn toegekend bij een overeenkomst waardoor het Verenigd Koninkrijk gebonden is, en

b. te bepalen of aan andere personen al dan niet toelating wordt verleend om het Verenigd Koninkrijk binnen te komen.

Niets in de artikelen III-130en III-265 van de Grondwet, in een andere bepaling van de Grondwet of in een uit hoofde daarvan vastgestelde