Artikel 4
Na de vaststelling van een maatregel overeenkomstig deel III, titel III, hoofdstuk IV, afdelingen 2 en 3 van de Grondwet, artikel III-263 of artikel III-275, lid 2, onder a, van de Grondwet, kunnen het Verenigd Koninkrijk en Ierland de Raad en de Commissie te allen tijde in kennis stellen van hun voornemen die maatregel te aanvaarden. In dat geval is de procedure van artikel III-420, lid 1, van de Grondwet mutatis mutandis van toepassing.
Artikel 5
Voor een lidstaat die niet gebonden is door een krachtens deel III, titel III, hoofdstuk IV, afdelingen 2 en 3 van de Grondwet of artikel III-263 of artikel III-275, lid 2, onder a, van de Grondwet, vastgestelde maatregel, mag deze maatregel geen andere financiële gevolgen hebben dan de ermee gepaard gaande administratieve kosten voor de Instellingen, tenzij de Raad met eenparigheid van stemmen van al zijn leden anders besluit, na raadpleging van het Europees Parlement.
Artikel 6
Indien het Verenigd Koninkrijk of Ierland in gevallen als bedoeld in dit Protocol gebonden is door een maatregel vastgesteld op grond van deel III, titel III, hoofdstuk IV, afdelingen 2 en 3 van de Grondwet of artikel III-260 van de Grondwet, voor zover dit artikel betrekking heeft op de door deze afdelingen bestreken onderwerpen, of artikel III-263 of artikel III-275, lid 2, onder a, van de Grondwet, zijn de desbetreffende bepalingen van de Grondwet op die staat van toepassing wat betreft die maatregel.
Artikel 7
De artikelen 3 en 4 laten het Protocol betreffende het in het kader van de Europese Unie geïntegreerde Schengen-acquis onverlet.
Artikel 8
Ierland kan de Raad er schriftelijk van in kennis stellen dat het niet langer onder de bepalingen van dit Protocol wenst te vallen. In dat geval zijn deze bepalingen niet meer van toepassing op Ierland.