Naar inhoud springen

Pagina:Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (tractatenblad 2004 - 275).pdf/374

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

27. Protocol betreffende het publiekeomroepstelsel in de lidstaten

De Hoge Verdragsluitende Partijen,

Van oordeel dat het publiekeomroepstelsel in de lidstaten rechtstreeks verband houdt met de democratische, sociale en culturele behoeften van iedere samenleving en met de noodzaak pluralisme in de media te behouden,

Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende interpretatieve bepalingen, die aan het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa worden gehecht:


Enig artikel

De bepalingen van de Grondwet doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten om te voorzien in de financiering van de publieke omroep, voorzover deze financiering wordt verleend aan omroeporganisaties voor het vervullen van de publieke opdracht zoals toegekend, bepaald en georganiseerd door iedere lidstaat, en voorzover deze financiering de voorwaarden inzake het handelsverkeer en de mededingingsvoorwaarden in de Unie niet zodanig verandert dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad, waarbij rekening wordt gehouden met de verwezenlijking van de opdracht van deze publieke dienst.




28. Protocol betreffende artikel III-214 van de Grondwet

De Hoge Verdragsluitende Partijen,

Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepaling, die aan het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa wordt gehecht:


Enig artikel

Voor de toepassing van artikel III-214 van de Grondwet worden uitkeringen uit hoofde van een ondernemings- of sectorale regeling inzake sociale zekerheid niet als beloning beschouwd indien en voorzover zij kunnen worden toegerekend aan tijdvakken van arbeid vóór 17 mei 1990, behalve in het geval van werknemers of hun rechtverkrijgenden die voor die datum een rechtsvordering of een naar geldend nationaal recht daarmee gelijk te stellen vordering hebben ingesteld.